mijn aanwezigheid

mijn aanwezigheid

Talk is cheap

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele wo, september 23, 2015 13:00:07
(maandelijkse column voor Focus Knack)

… en daarom tracht elke zender elk televisieseizoen opnieuw met de moed der wanhoop een talkshow op de rails te krijgen. Elk jaar worden de meest voor de hand liggende gasten in de meest kille decors gedwongen de meest geforceerde gezelligheid op te wekken. Het enige wat elk jaar verandert, is het bijstellen van de hoge verwachtingen voor elk nieuw (platgetreden) probeersel.

Zo stelt het programma ‘Van Gils en Gasten’ op een als doelstelling “de Vlaming met een goed gevoel naar bed te sturen”, daarom verwachtte ik ook bij een eerste aflevering een mand vol puppy’s met een bol breiwol als tafelgast. Het werd echter de menselijke versie van een mand vol babyleguanen met een lege tupperwaredoos, namelijk Maaike Cafmeyer. Maar het werd wel al heel vlug heel gezellig, met Lieven Van Gils die de eerste 2 seconden alle gasten aan een toog aankondigt en dan als een hongerige vader hen meteen aan tafel roept. Want aan tafel beginnen, zou niet gezellig zijn. Het programma zelf heeft haar start niet gemist en de dag erna vulde Facebook zich met gezellige fragmenten zoals Cafmeyer en Gwendolyn Rutten die samen ‘7 anjers, 7 rozen’ mompelen. Trouwens het tweede nummer van de aangekondigde cd ‘En nu wordt het pas echt genant’. Het werd nog uiterst gezellig toen Rutten het verschil tussen onze vluchtelingencrisis en onze wereldoorlog uitlegde door te verklaren dat we nu niet weten hoe lang het allemaal gaat duren. Dus blijkbaar konden de burgers van een bezet België ook met een goed gevoel gaan slapen en tegen hun kinderen zeggen: “Joepie, nog 1245 nachtjes slapen en dan sterft Hitler”.

Maar qua laagste verwachtingen scheppen scoort ‘Karen en De Coster’ op vier toch het hoogst. U kent die zender wel, waar iets hallucinant goed als ‘De Rechtbank’ wordt vooraf gegaan door iets simpelweg hallucinant als ‘Komen Eten’, waar al in de eerste aflevering van het nieuwe seizoen een man zichzelf voorstelt als een entertainer van kinderen en toch niet de meest enge van de groep blijkt te zijn. Dat is redactionele kunde. Dezelfde kunde die ook besliste om bij de aankondiging van ‘Karen en De Coster’ elk adjectief als “belangrijk”, “intrigerend” en “maatschappelijk” te schrappen en toch te pretenderen dat “alles wat Vlaanderen boeit en bezighoudt” aan bod zal komen. Bij dit programma raadt ik wel een HD scherm aan, om in de ogen van Gilles De Coster de diepe donkerte te aanschouwen van na een vreselijk verkeerde levenskeuze.

Maar ondanks alle grootse aankondigingen van de kleinste aanpassingen, van “nu hebben we een bruine tafel” tot “nu zit de presentator op een iets hogere stoel”, blijft er altijd 1 constante over. Hoe praatprogramma’s het praten zelf als grootste struikelblok zien en zoveel mogelijk willen vermijden dat iemand enkel woorden gebruikt in zijn of haar vertelling. Dit resulteert zo vaak in de meest buitenissige kunstgrepen om elke mogelijke anekdote te vergezellen met een beeld.

Deze obsessie om een gesprek te herleiden tot een voice-over voor een filmpje zorgt ervoor dat de vragen ook gesteld worden in functie van dat beeld. Zo kreeg literaire debutant in spe Frederik W Daem al in ‘De Afspraak’ op Canvas de vraag of zijn schoonvader in spe Dirk De Wachter in zijn boek verwerkt zit. Want godzijdank hebben ze een foto van de psychiater in het archief en vermijdt men zo een vraag over de inhoud van het boek.

Uit persoonlijke ervaringen kan ik getuigen dat de redactie van een talkshow haar dagen vult met het opsporen van allochtonen en vrouwen, als een soort NSA van entertainment, en met het verzinnen van zijsporen om te vermijden dat een auteur over zijn of haar boek zou beginnen. Maar het helpt ook niet dat Vlaanderen schrijvers blijft produceren die hun eigen boek niet kunnen samenvatten in 1 zin, hoewel hun oeuvre vaak genoeg tot 1 woord te reduceren valt. Zeker het mijne, met de omschrijving ‘drukdoenerij’.

Maar dit is geen zoveelste bijdrage om Nederlandse programma’s als ‘Zomergasten’ of ‘De Wereld Draait Door’ te bejubelen, want ik kijk zelf al jaren niet meer. Maar ik durf wel te stellen dat geen enkel van de nieuwe talkshows het zou aandurven om zoals DWDD in 2010 de 4 minuten 33 seconden stilte van John Cage integraal uit te zenden. Een Vlaamse talkshow zou waarschijnlijk Tourist LeMC uitnodigen om de stilte te becommentariëren. “Ja, nu ongeveer zou ik een beat beginnen en iets hijgen in het Antwerps”. Wat ze wel “durven”, is een jonge actrice uitnodigen en zonder waarschuwing of goedkeuring die ene naaktscene te vertonen, alsof het haar grootste acteerprestatie betreft.

Zo bezit elke halfslachtige BV een verschrikkelijke herinnering aan een zoveelste talkshow. Zelf belandde ik ooit op een oncomfortabele zetel omwille van een boek, maar eigenlijk als aanleiding om nog een keer een stand-up fragment uit te zenden. Met naast mij een man die zichzelf de Popkoning noemt, een man die al 20 jaar dezelfde mop met dezelfde pop vertelt. Maar mij werd vooraf op het hart gedrukt niet te hard te reageren want hij had net kanker overleefd, wat hem even onaantastbaar maakt als de profeet Mohammed.

Of klinkt dat teveel als een anekdote die ik gebruiken kan bij een talkshow? Maar welke? Ze zijn allemaal zo… zo.



  • Reacties(1)//blog.joostvandecasteele.be/#post131

Als het voetvolk Brussel verovert

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele wo, juli 22, 2015 19:22:11

(Bijdrage De Standaard, foto's copyright Geertje De Waegeneer)

Al twee weken zijn de centrale lanen van onze hoofdstad een voetgangerszone en al twee weken wordt die ingreep vervloekt en bejubeld. Volkomen terecht. Mijn naam is Joost Vandecasteele, ik ben een voetganger in Brussel. Dit is hoe het begon en hopelijk nog niet eindigt.


De volledige tweede helft van mijn leven speelt zich tot nog toe af in Brussel. Dat is de stad waar ik alle clichés van volwassen worden heb afgevinkt op mijn lijstje. En dus ook de plek waar ik heb leren autorijden.

Met een taalbarrière even groot als mijn angst om op de baan te gaan, begon ik in juni 2007 aan mijn eerste les. Ik had wel aan de rijschool gevraagd of ze een Nederlandstalige op voorraad hadden en ik kreeg als antwoord dat ze wel iemand tewerkstelden die eventjes in Nederland had gewoond. Een man die daar blijkbaar één enkel werkwoord had opgepikt, namelijk trekken. Zodat ik elke les te horen kreeg dat ik aan mijn gas moest trekken, aan mijn rem moest trekken en aan mijn ontkoppeling moest trekken. Het duurde een tijdje voor ik snapte dat hij met trekken eigenlijk duwen bedoelde. De rest van onze conversatie verliep in een mengelmoes van slecht Nederlands, nog slechter Frans en – als het echt nodig was om botsingen te vermijden – Engels. De taal der nachtwinkeltransacties dus.

Na enkele lessen achtte hij mij klaar voor het examen en zelfs voor het huwelijk, aangezien hij nog een vrouw kende die zo goed koken en schoonmaken kon, maar helaas niet de juiste verblijfsvergunning bezat. Ik weigerde beleefd en hij leek werkelijk teleurgesteld. De rest van de les zette hij de radio loeihard, want volgens hem moest ik ook leren rijden met te luide slechte muziek. Helemaal op het einde gaf hij mij nog deze gouden raad:

‘Zie je hoe al die andere auto’s hier rijden? Doe niet zoals hen op het examen en je bent erdoor.’

Acht jaar later heeft hij nog steeds gelijk. Want acht jaar later is de egoïstische automobilist volledig verantwoordelijk voor zijn eigen uitsluiting in het centrum van Brussel.



Brute taxichauffeurs

De prelude tot de huidige testfase van enkele maanden ging gepaard met de voorspelbare parade van de bewust ongeïnformeerde en de permanent bezorgde handelaars. Zo interviewde TV Brussel taxichauffeurs aan hun standplaats bij de Beurs. Ze wisten uiteraard van niets, ook al hing boven hun hoofden al weken lang een spandoek met de boodschap ‘Vanaf 29 juni voetgangerszone’. Maar misschien kijken Brusselse taxichauffeurs ook niet vaak naar boven tijdens hun jacht op Uberwagens. Dezelfde Brusselse taxi’s die nu allemaal op hun portier een sticker hebben met ‘Samen rijden we maatschappelijk verantwoord’, iets wat zo heerlijk ironisch klinkt vanwege hun bruut rijgedrag. Even onverklaarbaar als hun uitzonderingsstatus tijdens autoloze zondagen is het feit dat taxi’s nog steeds in de voetgangerszone mogen rijden. Want toeristen, de eigenlijke doelgroep van deze ingreep, moeten natuurlijk opgepikt kunnen worden. Het plaatst hen in de rangorde boven bewoners, zieken en gewonden, aangezien hulpdiensten wel de route rondom de voetgangerszone moeten volgen.

Bye bye, auditief geweld

En toen brak de dag aan. Een maandag, dus eerst nog mijn zoon naar school brengen. Zijn schoolpoort is recht tegenover een ingang van een ziekenhuis en dus in een straat met een onuitroeibare plaag van dubbelparkeerders. Die straat maakt deel uit van de fameuze miniring waar fietsers zich nu veilig moeten voelen op hun suggestiestrook.

Ik stapte terug de helling af, naar het onduidelijke begin van de zone, het Fontainasplein, een afgesloten eilandje van asfalt tussen twee straten waar nog auto’s mogen rijden. Een plek niet alleen in de war over haar rol in het circulatieplan, maar ook over de grondregels van persvrijheid, aangezien een stadswachter de fotografe meteen verbood foto’s te nemen. Alsof het een verrassing moest blijven. Of misschien was er een schaamte over de beperkte middelen die gehanteerd werden, enkele dranghekken en een boomstam.


Met genoeg scepsis om bijna het hele project te bestempelen als een nobele doch mislukte poging, begaf ik mij richting Beurs. Onderweg overkwam mij iets wonderlijks, voor een buitenstaander waarschijnlijk iets weinig bijzonders, maar voor een Brusselse bewoner een klein mirakel dat mij deed geloven in de slaagkansen van het circulatieplan: voor de eerste keer in achttien jaar bleef ik een uur lang gevrijwaard van het nijdige geluid van een toeter, een afwezigheid van auditief geweld die mij bijna ontroerde.

Het is mij ook steeds een raadsel gebleven hoe het getoeter is geëvolueerd van zijn officiële functie als waarschuwing naar een passe-partout van elke mogelijke expressie achter het stuur. Zoals het mij een raadsel is waarom de auto-industrie hardnekkig het volume blijft opvoeren. Er worden wagens geproduceerd met de meest geavanceerde technologische snufjes en toch blijft de toeter al generaties lang dezelfde schrille claxon. We kopen auto’s met evenveel knoppen in het dashboard als in de cockpit van een vliegtuig en toch bestaat er geen knop voor een tweede milde toeter die als begroeting kan dienen. Of zelfs gewoon een die in plaats van het scherpe geluid zinnen vormt als ‘Hey, jij daar, auto voor mij, je vormt geen gevaar, maar je irriteert mij, dus daarom druk ik op deze knop’. Ik neem geen patent op deze ideeën, dus doe maar, beste auto-industrie.

Roodgroene Taliban

Het was de relatieve rust die mij deed beseffen hoeveel ruimte de auto in Brussel reeds onterecht heeft opgeëist en hoe onwillig hij blijft om die weer af te geven. Dit zeg ik na jaren in het Brusselse verkeer te vertoeven, met andere automobilisten en hun overtuiging dat fietsers geen medeweggebruikers zijn, maar obstakels op hun grondgebied, dat zebrapaden geen voorrang bieden aan voetgangers, maar finishlijnen vormen voor een spurtje, dat fietspaden eigenlijk bedoeld zijn als parkeerplaatsen en dat elk commentaar op hun gedrag beantwoord mag worden met agressie.

Mogelijk worden deze zinnen geïnterpreteerd als een heksenjacht op de automobilisten, waarbij ik mezelf out als lid van wat hun patroonheilige Jean-Marie Dedecker omschrijft als de roodgroene Taliban. In een recente column beschuldigt hij die fanatici ook ervan dat ze ‘doof blijven voor de soundtrack van de zwijgende meerderheid’, iets wat mij fysiek onmogelijk lijkt. Hij verklaart hun haat voor de auto als een afkeer van vrijheid. De gedachte dat een mens pas echt vrij is als hij elke afstand overbruggen kan met een wagen, zit diepgeworteld in de psyche van de chauffeur in Brussel.

Daarom spreekt deze stad niet enkel over een fysieke verandering, maar ook over een mentaliteitswissel, niet enkel in de hoofden van bestuurders, maar ook in die van de voetgangers zelf. De sensatie van die eerste dag is nog het best omschreven door de schrijver Geert van Istendael. ‘Het is alsof er een bom ontploft is.’

Lege krater

De voetgangerszone was als een lege krater die behoedzaam betreden werd door wandelende ramptoeristen, nog op hun hoede voor de verstrooide chauffeurs die blind vertrouwden op hun gps en voor niet zo verstrooide chauffeurs die zich onkwetsbaar en ongenaakbaar waanden omdat ze nooit tegengesproken werden.

Die eerste dag leek de zone niemand echt toe te behoren, een beetje zoals de stad zelf. En misschien ligt in dat onbestemde gevoel de reden voor de recente verloedering, met berichten over hoe elke ochtend de wandelstraten de allure van een open stort vertonen. Want waarom moeite doen om een plek proper te houden als ze jou toch niet toebehoort?

Maar eigenlijk is er sprake van een selectieve verontwaardiging. Het nieuws dat de Anspachlaan te maken heeft met uitpuilende vuilnisbakken en zatlappen die hun roes in bloembakken uitslapen, is zo oud als de straat zelf. Na achttien jaar kan ik stellig zeggen dat het altijd zo vuil geweest is, of waren we soms voordien verblind door de uitlaatgassen? Als ik ’s morgens vroeg de zone betreed, zie ik weinig verschil met hoe dezelfde straten erbij liggen na een vakbondsbetoging of na een voetbaloverwinning. Dan is de stank en de rotzooi even walgelijk als op het Luxemburgplein wanneer expats en eurocraten zich een nacht hebben volgegoten met alcohol. Dan is de rotzooi even immens als na de zondagmarkt aan het Zuidstation en na de rommelmarkt op het Vossenplein.


Zwoele avond

Maar het klopt wel dat de zone nog steeds voelt als een wat vage plek. De invulling ervan is volledig afhankelijk van haar bezoekers. En soms komt het allemaal op zijn pootjes terecht. Dan spendeer je uren aan het langgerekte bankje met een houten klimrek waarvan je tijdschriften kunt plukken, geleverd door de steeds uitmuntende hoofdstedelijke bibliotheek. Dan wordt de hete namiddag een zwoele avond en worden de bankjes picknicktafels voor de aperitiefhapjes. Dan wordt bedtijd voor de kinderen nog met een uur uitgesteld en worden we allemaal hangjongeren ongeacht de leeftijd.

Maar nogmaals, deze ideale situatie staat of valt met de goodwill van de aanwezigen. De setting zelf straalt weinig plezier uit. Wat zandbakken her en der om petanque te spelen en podia om passanten te kijken, met genoeg ruimte ertussen zodat elke dag tot elf uur toch nog auto’s erdoor kunnen. Zodat de voetgangerszone lijkt op een tijdelijke gedoogzone voor niet-gemotoriseerden, de witte lijnen op het asfalt nog niet afgesleten door schoenzolen.

Het halfslachtige van het project zou ook zijn doodsteek kunnen zijn. Zolang het lijkt alsof het elk moment weer opgegeven kan worden, door de dranghekken weg te nemen en de bankjes aan de kant te schuiven, zal het nooit als een werkelijk verkeersvrije oppervlakte voelen, maar als een soort annex van Brussel Bad, met iets minder zand en zonder cocktailbars.

Zuurstof

Maar het grootste gevaar is de snelle tevredenheid van de initiatiefnemers. Natuurlijk ben ik er mij van bewust dat de ware voortrekkers de mensen zijn achter Picnic The Streets en Velodossier BXL. Maar het is vrij onrustwekkend hoe gemakkelijk de stad Brussel zich blijft verstoppen achter het argument dat het maar een testfase is. Er zijn nog te veel hiaten en zwakke plekken om het als een succes in wording te bestempelen. Ik bedoel niet enkel dat de auto’s cirkels mogen blijven rijden rond de terrassen van het Sint-Goriksplein, twintig meter van het Beursplein. Dat is snel te verhelpen, zelfs tijdens de testfase.

De ware uitdaging ligt in alle straten rond de zone. Daar zijn de voetganger en de fietser nog steeds paria’s voor zij die vinden dat richtingaanwijzers iets voor mietjes zijn. Hun te hoge snelheid wordt aangemoedigd door een stad wiens vijfhoekige begrenzing uit snelwegen bestaat, als een racebaan rond het centrum. Dus laat de voetgangerszone alstublieft geen excuus zijn om de rest van Brussel ongemoeid te laten. Want dan vervliegt het circulatieplan even snel als zuurstof tijdens de spitsuren.



  • Reacties(0)//blog.joostvandecasteele.be/#post130

Teveel Toekomst

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele vr, juni 12, 2015 15:41:36

(maandelijks column voor Focus Knack)

Internet kan een grote enge plek zijn, zeker als je afwijkt van de geijkte Google-paadjes. Een netwerk gevuld met de goorste gedachten en de meest gewelddadige beloftes. Waar de perverseling en de paranoïde zich verschuilen in virtuele achterkamertjes en elkaar nog zotter krijgen. En heel soms duikt iets uit die donkere diepte op aan de oppervlakte, daar waar de meeste internetbezoekers ronddopperen en is er een kortstondig contact tussen deze twee gescheiden realiteiten.

Meestal gebeurt dit via een simpele mail uit Nigeria vol schrijffouten, bedoeld om de ontvanger op te lichten. De vele fouten hebben niks te maken met een gebrekkige kennis van Engels, maar zijn een bewuste strategie om al vooraf te selecteren. Een mail is snel opgesteld en verstuurd. Van zodra echter iemand antwoordt, begint het echte tijdrovende werk. En zij met minimale achterdocht zullen nooit geld geven, terwijl zij die zelfs na een slecht opgestelde mail van een zogezegde bankier geïnteresseerd blijven, zijn misschien wel lichtgelovig genoeg om iets te storten. Daarom blijft het beste verzet tegen deze scammers om wel te antwoorden en hen massaal veel tijd te laten verliezen. Een beetje zoals op de derde rijstrook blijven rijden voor een Audi-eikel. Het levert in beide gevallen niks op, behalve wat doodsbedreigingen, maar het irriteert hen mateloos. En een betere beloning bestaat er bijna niet.



Maar heel soms komt iets anders bovendrijven op het wereldwijde web en wordt het een heerlijke mysterie gedeeld en onderzocht door velen. Zoals de urban legend van hoe in 1996 200 Japanse kinderen zelfmoord hebben gepleegd na het spelen van Pokemon, wegens een specifieke hoge toon tijdens een bepaald level. Of deze tijdloze klassieker, de wonderlijke verschijning en verdwijning van John Titor, tijdreiziger.

Ah tijdreizen. De favoriete fantasie van Hitler haters en luie Hollywoodscenaristen. Een praktijk door de goegemeente beschouwd als onmogelijk, wat door sommigen op hun beurt geïnterpreteerd wordt als “nog niet mogelijk”. Wat hen ertoe aanzet om online te zoeken naar sporen van toekomstige toeristen. Eerlijkheid gebiedt me te melden dat John Titor deze speurtocht weinig moeilijk maakte door zelf luidop te beweren uit 2036 te komen, wat nooit echt een garantie op geloofwaardigheid lijkt. Een beetje zoals iemand die ongevraagd een gesprek opent met “ik ben helemaal niet geil”. Het kan kloppen, maar je gaat toch een stapje achteruit zetten.



Maar ondanks zijn twijfelachtige outing in januari 2001 en zijn beslissing om eerst als bezoeker uit een technologisch superieure toekomst gewoon twee faxen te sturen naar een radioprogramma, werd zijn claim to future fame wel serieus genomen. Voornamelijk omwille van zijn grondige kennis inzake quantum fysica en bepaalde technische details van zijn tijdmachine gedeeld door hem op message boards. Dat dit teletijdsding geïnstalleerd zat in een auto en daardoor iets teveel leek op de Delorean uit de Back to the Future cyclus, ondermijnde dan weer zijn beweringen. Net als zijn voorspellingen dat in 2004 een burgeroorlog in de VS zou uitbreken (is me toen niet opgevallen, maar ik kwam weinig buiten dat jaar) en in 2015 een nucleaire wereldoorlog (nog een half jaar de tijd daarvoor).


Maar 1 bewering onderscheidde hem wel van alle andere zelfverklaarde tijdsreizigers, zeker van mijn vroegere buurman Bob die beweerde uit het jaar 2088 te komen waar betasten van kinderen een officieel erkende sport is. John Titor meldde dan weer dat hij eerst naar het jaar 1975 was afgezakt om een welbepaalde IBM computer op te pikken. De reden was de fameuze 2038 bug, de ware catastrofale Y2K, aangezien alle computers sinds 1970 elke seconde aan het tellen zijn en in dat jaar een maximum zullen bereiken om terug vanaf nul te beginnen. De IBM in kwestie zou dat probleem kunnen verhelpen, iets wat door IBM specialisten bevestigd wordt. Maar nu komt het, in 2001 had niemand al van de 2038 bug gehoord.

Of toch bijna niemand. Referenties ernaar werden ontdekt in obscure publicaties van retrocomputing experts, verschenen voor John Titor opdook. Heel zijn verhaal is al lang geklasseerd als vals en de ontdekking van een John Titor fonds, opgericht om geld te verdienen aan het verhaal via een film, zorgde voor het genadeschot.


Toch spits ik steeds de oren wanneer de woorden tijd en reizen gecombineerd worden. Omdat het 1 van die zalige paradoxen blijft. Hoe we het als rationele wezens onuitvoerbaar bestempelen, maar het als lezer of toeschouwer zo geloofwaardig mogelijk uitgelegd willen zien. Alsof de fictie ooit daadwerkelijk de oplossing zal bieden dankzij een waanzinnig idee en ik zelf ooit in staat zal zijn om mijn eigen tijdreizigersroman te schrijven met als beste commentaar erop “het zou wel eens kunnen kloppen”.

Net als een slimme film over oplichters (wat David Mamet dringend nog eens maken moet) durft een goed tijdreisverhaal een complexiteit aan te bieden gebaseerd op de ultieme suspension of disbelief. Of beter gezegd, zoals enkel een slimmerik in staat zal zijn het onmogelijke mogelijk te maken, zo behandelt een goeie tijdreisfilm haar publiek nooit als idioten. Voorbeelden genoeg, zoals ‘Primer’ of ‘12 Monkeys’. Iets wat de persoon achter John Titor ook besefte, maar niet kon waarmaken.










  • Reacties(0)//blog.joostvandecasteele.be/#post129

De Onvrije Freelancer

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele vr, juni 12, 2015 14:54:51

(Column voor De Standaard)

‘Je moet ook aan jezelf denken.’ Zo luidde het argument van ex-voetballer en columnist-commentator Jan Mulder om zijn royaal vergoede overstap van Het Nieuwsblad naar Het Laatste Nieuws te verantwoorden. Van het concern Mediahuis naar het concern De Persgroep. Het bedrag van ongeveer 5.000 euro per column werd snel ontkend door de betrokken partijen, weliswaar niet door een ander en lager bedrag te vernoemen, maar door te vermelden dat het merk Mulder zal aangewend worden voor marketingdoeleinden. De krant moet ook aan zichzelf denken, nietwaar. Aangezien een spraakmakend stukje van zijn hand extra bezoekers naar de website kan lokken waar reclamebanners hen opwachten om te tonen hoe comfortabel Koen Wauters toch zit in die meubelen van Morres en hoe heerlijk Hugo Claus Franse kazen vond.

Maar wanneer verglijdt aan zichzelf denken naar totaal egoïsme en wanneer verliest een krant haar geloofwaardigheid van corrigerende kracht tegen machtsmisbruik als ze op haar eigen redactievloer wantoestanden toelaat? Waarom wordt een exuberant hoog bedrag voor Jan Mulder verantwoord als ‘betaald conform zijn marktwaarde’ en waarom worden protesten tegen de steeds lagere vergoedingen voor freelancers afgewimpeld met ‘het is nu eenmaal crisis in de media’.

Het woord freelancer blijft een heerlijke ironie in zich dragen, net zoals de termen friendly fire of sociale media. Want dat free in freelancer behoort volledig toe aan de werkgever. De vrijheid om de persoon in kwestie elk moment te kunnen ontslaan, om geen verzekering te moeten aanbieden en geen pensioen te moeten helpen opbouwen. Elk tegenargument dat de freelancer zelf vrij is om zijn of haar diensten (want ook kranten hanteren nog een loonkloof) aan te bieden aan wie dan ook binnen de sector, wordt tegengesproken door bestaande exclusiviteitscontracten. In tijden waar twee grote mediaconcerns de plak zwaaien, betekent dat dus dat de keuze voor een titel bij één concern een kans bij een lid van het andere concern uitsluit.

Ja maar, ja maar, hoor ik u mompelen, dan kunnen ze toch terecht bij verschillende titels in dezelfde concern. Dat klopt en dat gebeurt, maar zonder enige voordelen. Zo kan één bepaalde foto in verschillende kranten gebruikt worden zonder dat de fotograaf in kwestie daar een cent extra voor krijgt. Laten we dus stoppen met freelancers te beschouwen als ongebonden gelukzoekers, want de definitie van keuzevrijheid is de vrijheid hebben om te kiezen – het ultimatum ‘freelance of niks’ is geen keuze.

De romantiek van het vak

Ik ontken allesbehalve dat het moeilijke tijden zijn voor journalistieke projecten, zeker voor papieren instituten in concurrentie met het internet. De oude gloriedagen zijn voorbij en het geld is schaars. Dat weet ik. Zoals ik weet dat mij nu hypocrisie verweten kan worden, hoe ik betaald zal worden voor deze tekst door te bijten in de hand die mij voedt en waarschijnlijk volgende week in een ander blad zal opduiken. Maar net als Mulder ben ik een van de uitzonderingen. Zij die zoiets kunnen zeggen zonder bang te moeten zijn dat ze niet meer opgebeld worden. En het siert een krant als deze dat ze zoiets toelaat.

Maar het siert geen enkele krant of welke publicatie ook die beweert deel uit te maken van de vierde macht, als ze zich daarna plooit naar de ondankbare grillen van de markt. Als ze blijft teren op de romantiek van het journalistieke vak en op het engagement van pas afgestudeerden door hen het opstapje van los naar vast contract wel te beloven, maar dat niet waar te maken. En zeker niet als ze met afschuw reageert op massale afvloeiingen bij bedrijven en op excessen inzake ongelijkheid, maar binnenshuis dezelfde vergoelijkende woorden gebruikt als wie ze viseert.

En meneer Mulder, elke cent is u gegund en u mag deze bijdrage volledig toeschrijven aan jaloezie. Maar ik hoop wel van harte dat uw eerste column bij Het Laatste Nieuws doordachter is dan ‘Ik moest wel ja zeggen, want ik wou niet op straat belanden’. Als u na zo’n carrière, binnen de sport en binnen de media, echt nog armoede moet vrezen, dan stel ik geen andere krant voor, maar een betere boekhouder.



  • Reacties(0)//blog.joostvandecasteele.be/#post128

Tokyo Madness

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele za, mei 23, 2015 10:21:39
(maandelijkse column voor Focus Knack)


Ik schrijf dit met mijn linkeroor nog potdoof van de landing en een daar gekochte tweede koffer nog ongeopend, vol hebbedingetjes voor anderen maar eigenlijk niet van plan om hen weg te geven. Ik schrijf dit een dag na mijn terugkomst uit het mekka van de geek, home where the electronic buffalo roam, beter bekend als Tokio, Japan. Maar zoals bij elk heiligdom ligt haar grootste glorie in een ver verleden. Toen Japanners nog als de slechterik werden opgevoerd in Hollywoodfilms, in prenten als ‘Black Rain’ (1989) van Ridley Scott en ‘Rising Sun’ (1993) met deze legendarische dialoog tussen Sean Connery en Wesley Snipes.

“The Japanese find big arm movements threatening. And you must bow deeper if you greet a superior, called a senpai.”

“Senpai. Apple pie. Whatever, man.”

U kunt zelf wel raden welke zin bedoeld is voor het film cliché van een zwarte ad rem flik.


Nadat Japanners al hun mysterie als gevoelloze ninja’s in maatpakken verloren en Japan zelf een afzetmarkt voor deze films werd, mochten de Chinezen, daarna terug de Russen en nu dus de Noord-Koreanen de honneurs van generische bad guy overnemen. En voor de meest fantasieloze scenarist is er altijd de Arabische terrorist. Tot natuurlijk cinema’s gerund door IS ook genoeg tickets verkopen en Hollywood winst opleveren. Dan verwacht ik wel de eerste romantische komedies met Hugh Grant als onhandige onthoofder van ongelovigen.

Mocht dit een ander soort tijdschrift zijn, dan volgde nu een heel verslag over mijn dagen in de drukte in Tokyo, over in een metrowagon geduwd worden door zakenmannen, over de waanzin van de technologische wijk Akihabara waar mangameisjes bibberend van de kou voorbijgangers moeten lokken naar Maid Cafes, over de automaten met zowel ijskoude flesjes water als gloeiend hete blikjes koffie te koop, over de vreemde beslissing van een rookverbod op straat maar mogen paffen in restaurants enzoverder. Ondersteund door foto’s van mij naast een gigantische Gundam robot of noedels aan het slurpen. Een Tokio die aanvoelt als een toekomst ingehaald door het heden.



Deze column echter is een poging om een 1 specifieke ervaring onder woorden te brengen. Een probeersel om te verklaren waarom een Japanse nerd genaamd Hidetaka Miyazaki in staat is om van de game ‘Bloodborne’ een religieuze belevenis te maken. Ik ben heel bewust dat er al genoeg lovende recensies zijn geschreven over deze spirituele opvolger van de ‘Demon en Dark Souls’ serie en hoe telkens opnieuw wordt beweerd dat de extreme moeilijkheid enkel hardcore gamers zal aanspreken. Want een spel die moeite vereist, is al een unicum geworden, een garantie om geen bestseller te zijn. En nu moet ik hypocriet even melden dat ik zelf het spel ook niet gespeeld heb. Aangezien mijn kunde als gamer even beperkt is als mijn kunde om ongeschoren een Joy Anna Thielemans lookalike wedstrijd te winnen, ben ik aangewezen op andere en betere gamers die op Youtube doorheen het spel razen.



De meesten van deze walkthroughs worden gepost door praatgrage Amerikaanse pubers die elk filmpje openen met langdurige dankbetuigingen voor de likes die hun vorig filmpje heeft ontvangen. Maar gelukkig bestaat er ook iemand als HassanAlHajry met zijn garantie om zonder commentaar en zonder al te veel te sterven alle levels te doorkruisen. Dankzij hem heb ik acht uren lang kunnen vertoeven in het Bloodborne universum met de meest buitenissige monsters, besmette dorpelingen, angstaanjagende hallucinaties, bloedrode manen, uitverkoren baby’s beschermd door spinachtige vroedvrouwen, waanzinnig geworden bisschoppen, navelstrengen verbonden aan uitgerukte ogen, verwijzingen naar de Old Great Ones. Maar nooit wordt iets verklaard, nooit is er een uitleg, nooit wordt iets duidelijker dan enkel een vermoeden dat het een droom kan zijn, of een herbeleving van herinneringen door een dooie, of een blik in een alternatieve tijdslijn. Zelfs helemaal op het einde is er geen kruimel van een antwoord, alsof je gewoon urenlang hebt binnen kijken in het hoofd van een zieke geest.



Maar bedenker Miyazaki is geen waanzinnige. Hij is een man opgegroeid met een obsessief gebruikte bibliotheekkaart en een neiging om vanalles te fantaseren bij de boekpassages die hij niet begreep. Maar hij is ook een product van een Japanse samenleving overeind gehouden door groepsdruk om te blijven presteren (dit is een land waar een woord bestaat voor ‘dood wegens overwerk’), waar alles in functie lijkt te staan van efficiëntie, met ticketjes te koop aan de ingang van restaurants zodat je geen tijd verliest met de rekening te vragen, met een aanschuiven in een rij om te blijven staan op een roltrap en een andere rij om te stappen op dezelfde roltrap. En de enige manier om zelf niet zot te worden in deze machinerie van mensen is vluchten in de eigen kop, is om exuberante uitlaatkleppen te koesteren. Denk maar aan al die voor ons pornografische en extreem gewelddadige manga die open en bloot verkocht en gelezen wordt. Maar hetzelfde geldt ook voor hun games en hun onwil om hun fantasie te milderen om toegankelijker te zijn voor een breder publiek.
Dat is voor mij het werkelijk briljante van’Bloodborne’, dat ik mij als toeschouwer vereerd voel om toegelaten te worden tot een geheime wereld geboetseerd in het hoofd van een Otaku, verborgen achter een schijnbaar emotieloos gezicht.









  • Reacties(0)//blog.joostvandecasteele.be/#post127

Sorry, het spijt mij niet

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele za, april 25, 2015 14:48:42
(maandelijkse column voor Focus Knack)

Dit begint met een schuldbekentenis. Het spijt me, maar het lukt me niet. Maand na maand neem ik mezelf voor om toch een keer iets over de nakende ‘Star Wars’ films en diens spin-offs te schrijven. Echter als typisch vluchtgedrag ontdek ik een ander onderwerp en verschijnt geen woord over wat JJ Abrams aan het bekokstoven is en geen enkele obligate mop over een gruwelijke dood voor Jar Jar Binks. Britse filmcriticus Mark Kermode beweerde alles te vergeven, mocht de volgende film openen met JJ Binks die geworpen wordt in een exploderende ster. Ik neig meer naar het afsnijden van zijn oren en deze te gebruiken als opdienschotels in de culinaire pornoreeks ‘Hannibal’. Maar ik ben dan ook verzot op cross-overs.

Ook deze maand weer van hetzelfde, ik krijg geen woord op papier over de originele trilogie verschenen voor mijn geboorte, over de prequels verschenen te ver na mijn geboorte en voelden als lange reclamespots voor Lego, zelfs nog meer dan ‘Lego The Movie’, of over de toekomstige trilogie die nu al racisten witheet krijgt wegens een zwarte stormtrooper.

Dus wat nu volgt, is geen vooruitblik op een intergalactisch genocide of een trotse mededeling dat ik eindelijk het verhaal snap van de game ‘Assassin’s Creed’, hoewel ik betwijfel dat iemand nog volgen kan. Maar wel een poging tot eerbetoon aan het personage Alan Partridge, vertolkt door de Britse komiek Steve Coogan.

De directe reden is de fictiefilm die hier nooit in de zalen vertoond werd, maar nu op DVD en digitaal te bekijken. De ware reden echter is hoe deze film maar 1 onderdeel is van hoe het personage Alan Partridge een volledige leven wordt gegund via verschillende media, waarbij hij de verscheidene aspecten van zijn vreselijk karakter kan tentoon spreiden.

Natuurlijk het is niet uitzonderlijk dat een komisch televisiepersonage als fin de carriere cadeau nog eens mag opdraven in een film die vaak even spannend is als je eigen tenen tellen. Ook hier in dit Vlaamse paradijs met haar prachtige excuses als “het is geen racisme, het is traditie” is pellicule gespendeerd aan prenten als ‘Oesje’ over Kamiel Spiessens wiens gelispel even grappig is die van Assad en natuurlijk de FC De Kampioenen trilogie in wording waarbij de laatste film in de reeks zal gaan over hoe ze een andere voetbalploeg in hun kleedkamer opsluiten en monsterlijk martelen. Hoop ik.

Maar in het geval van Alan Partridge wordt het bijna meta. In 1991 verscheen hij voor het eerst als radiopresentator, zijn immense onbekwaamheid als tegenpool voor zijn tomeloze ambitie. Maar toch kreeg deze figuur tegen alle verwachtingen in, behalve de zijne, een eigen televisietalkshow, getiteld ‘Knowing Me, Knowing You… with Alan Partridge’. Met als absolute hoogtepunt, en door mij zo vaak bekeken op 1 van de enige 3 VHS cassettes die ik nog bezit, zijn kerstspecial ‘Knowing me, Knowing Yule’, uitgezonden in maart. Wat ik persoonlijk al een heel goeie mop vind. Na drie kwartier van onbeschaamd product placement en het neerslaan van een rolstoel patiënt wordt Alan live door de aanwezige BBC baas ontslagen.

Maar daarna wordt het nog beter, niet voor hem natuurlijk, maar voor de getuigen van zijn neergang. Door zijn ontslag als een feit te gebruiken, krijgen we in 1997 dankzij de reeks ‘I’m Alan Partridge’ een inkijk op de tragische gebeurtenissen na zijn dagen van faam. Hoe deze naar eigen zeggen “homosceptische” man nu permanent woont in een snelwegmotel, verlaten door vrouw en kinderen en blijft hopen op een terugkeer naar televisie. Een tweede reeks volgt, de motel vervangen door een caravan naast zijn huis in aanbouw, zijn eenzaamheid opgelost door een aangekochte vrouw en zijn radio carrière verder kabbelend op de “third best slot on Radio Norwich”.

Door de jaren heen was het steeds een genoegen om datzelfde personage te zien opduiken in documentaires en live shows, om hem even werkelijk te maken als al die andere halve beroemdheden. Waarbij voor mij het absolute hoogtepunt niet echt de film is, hoe grappig ook, maar zijn biografie verschenen twintig jaar na zijn “geboorte” met de titel ‘I, Partridge. We need to talk about Alan’. Ik wil even benadrukken, ook klinkt het als een herhaling, hoe hallucinant goed dit idee is. Een boek van 336 pagina van een volledig verzonnen leven, met uiterste zorg om de “feiten” van alle voorgaande televisiereeksen niet tegen te spreken, geschreven door de meest egoïstisch aandachtgeile name-dropper in de business. En als spreekwoordelijk kers op de stront, als audioboek verkrijgbaar voorgelezen door hemzelve.

Maar hoeveel lof Steve Coogan ook verdient voor zijn alter ego, Alan Partridge zou maar een voetnoot zijn in de showbiz geschiedenis zonder medebedenker en creatief genie Armando Iannucci. Zijn scherpe geest valt te bewonderen in reeksen als ‘Time Trumpet’ en ‘The Thick of it’, de originele Britse versie van de HBO reeks ‘Veep’. Als televisiesatire een voorvechter en een voorbeeld behoeft, dan is hij het. Dus stop met dit te lezen, bekijk zijn werk, wees onder de indruk en besef hoe snel wij tevreden zijn met 1 goed gevonden grapje in een Vlaamse reeks.

En teken misschien ook nog snel de petitie waarbij Alan Partridge wordt voorgedragen als de perfecte vervanger voor de ontslagen Jeremy Clarkson in ‘Top Gear’. Want hoe fokking fantastisch zou dat wel zijn. En tegelijkertijd zo hard kloppen in de vermenging van feit en fictie doorheen zijn loopbaan.

  • Reacties(0)//blog.joostvandecasteele.be/#post126

Pleidooi voor verwarring

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele zo, maart 29, 2015 15:49:56
(donderpreek tijdens Passa Porta festival 2015)

Proloog

Ik en de mijnen bereiken weinigen

En dat feit leidt tot het verwijt van fundamenteel fout te zijn

Dat niet denken als de rest het verpest voor al de rest

Door niet te aanvaarden en het idee laten bestaan

Dat het ontbreken van centen ligt aan de minsten in procenten

Hoewel banken zijn gered met miljarden om hen te behouden

Hoewel rechtszaken zijn afgekocht met miljoenen om miljarden te mogen houden

Krijgen wij als beledigende verdediging dat hun vergeving bestaat uit werk creëren

En dat hij zonder job het verbrodt

Dat zij zonder loon teveel wordt beloond

Het is vreemd dat we erger zijn door beperkter te zijn

Dus mochten we precies hetzelfde verklaren en meer mensen vergaren

Is onze boodschap dan minder verkeerd?

Want lijkt me net omgekeerd

Als de markt de macht verschaft

Dan zijn wij machteloos en broos

Dan valt er niks te vrezen als we beweren niet dezelfde dogma’s te eren

Maar als onze hoeveelheid ons definieert als minderheid en dus onze belangrijkheid

Mogen we dan wat cijfers verkrijgen?

Mogen we dan weten wanneer onze woorden genoeg oren bekoren?

Want wat mij betreft is dat 1 stem die zich verheft

Hoogachtend en fuck you

Getekend

De minderheid.

Deel 1

Dus

wat is het plan

Wachten tot ze ons serieus nemen?

Gaan we blijven cijfers voorleggen?

En zeggen dat we ook een beetje winst maken

Dat we ook een beetje werkgelegenheid creeren

Dat we ook een beetje bang zijn voor berbers

Is dat het plan?

Hun spel meespelen tot ze ons leuk genoeg vinden?

Schattig genoeg vinden?

Geloofwaardig genoeg vinden?

Want we hebben hier niet te maken met die idioten van het vlaams blok

Voor alle kinderen hier aanwezig

Het vlaams blok was ooit een clubje waar we heel boos op waren

want die zeiden racistische dingen

En dat vonden we toen heel erg

Maar die zijn daarvoor veroordeeld

Want we vonden dat niet kunnen

Politici die racistische dingen zeiden

Andere partijen vonden dat heel erg toen

En al die partijen, lieve kinderen, zijn dan samengekomen

En die hebben gezegd “met hen gaan we niet besturen

Hoeveel procent die ook hebben bij verkiezingen, met hen nooit”

Maar dat was toen he

Lang geleden he

Voor filip de winter op bezoek ging naar assad

Om wat chemische wapens te gaan lenen en te droppen op borgerhout

Voor de vlaams blok jongeren een school in schoten binnendrongen

Want die school deed een hallal barbecue

En voor hen was dat een bewijs van de islamisering van dit land

Ook al bestaat er in Belgie een fucking feestdag voor elke keer dat iemand uit familie Christus met zijn zatte kloten gestruikeld is en dat probeerde te verdoezelen door te zeggen dat hij ten hemel opsteeg maar dat verbinding weg viel of zo

Ook al staat er in het midden van de nieuwstraat, de duurste straat van dit land, een godverdomse kerk

Dan nog denken ze dat moslims alles gaan overnemen

Ze geloven zelfs een gemaskerde sukkel in syrie die op fucking facebook roept

‘ik ga alle ongelovigen vermoorden… daar… in belgie… eerst alle babies, wat die blanke zot ooit probeerde, dus gelieve die in een rij naast elkaar leggen, dan zou handig zijn voor mijn genocide en dan K3, de vorige en de nieuwe’

En wat doen die idioten van het vlaams blok in schoten om de islam tegen te houden?

Ze duwen zwan worsten in de monden van die kinderen

Want dat is het meest vlaamse wat ze kunnen verzinnen

kleine weense worsten

En dan nog zwijgen van de symboliek die verscholen zit in het beeld dat volwassen mannen worsten van vier centimeter in de monden van kinderen propt

Tegen die idioten zijn we ooit op straat gekomen

Omdat ze ons bang en boos maakten

Omdat we dachten ‘erger dan hen kan toch niet’

Dat dachten we

En nu hebben we te maken met nog erger

Met mensen als zuhal demir die in de standaard tegen rachida aziz zegt

Dat ze best naar een psycholoog gaat

Want kritiek hebben is een aandoening

Tegenspreken is een ziekte

Niet net hetzelfde denken is waanzin

Mensen als lisbeth homans die zei dat we bang moeten zijn van de pvda

Want die partij vertonen sektarische kenmerken

Volgens de studie en advies groep voor sektes zijn dit de 3 belangrijkste kenmerken v n sekte

1 vragen en twijfels omtrent de leider zijn ontoelaatbaar

2 voorspiegeling van een onbereikbaar ideaal

3 overmatig gebruik van schuldgevoelens en angst

U kiest zelf welke partij daar het meest op lijkt

Met mensen als carl huybrechts

Een man die dringend in de reet geneukt moet worden met iemand die een masker van carl huybrechts draagt

Zodat hij eens voelt wat wij voelen als we hem bezig zien

Hij is als nva’er de voorvechter om geen tramhalte in brasschaat te zetten

Want blijkbaar brengt de tram dood en verderf

In de middeleeuwen werd de pest verspreid door de tram

Het belangrijkste argument tegen de tramhalte was dat er nachtwinkels zouden komen

Dat is codetaal voor allochtonen

Zoals in de rand rond brussel het woord verstedelijking codetaal is voor franstaligen

Wat voor idioot neemt in antwerpen de tram naar brasschaat om chips te gaan kopen

Maar het is gelukt

Er komt geen tram in Brasschaat

Er komt een bus

Want dat is kracht van verandering

Geen tram maar een bus

Dat is de tegenpartij

Dat is wat zij belangrijk vinden

Ze haten vooruitgang, ze haten verandering, ze haten verzet

Ze vinden gewoon dat het goed klinkt

Zij gaan ons nooit als volwaardige gesprekspartners beschouwen

Zij gaan ons nooit zelfs een fractie gelijk geven

Zij gaan ons nooit ernstig nemen

Dus waarom blijven we dan zo ernstig?

Why so serious motherfuckers?

Deel 2

dus

Nu mijn plan

Mijn versie van een democratisch debat

Mijn versie van verzet

Namelijk pure onversneden verwarring

Want zij zullen altijd beter zijn met cijfers

Zij zullen altijd beter zijn in mensen bang maken

Zij zullen altijd beter zijn in boos zijn

Maar zij zullen nooit vreemder zijn dan ons

Nooit zullen zij grappiger zijn dan ons

Nooit zullen zij meer blikken doen fronsen als ons

we zijn de weirdos

wij zijn de freaks

wij zijn de geeks

en laten we er godverdomme trots op zijn

laten we hen laten zien hoe wereldvreemd we echt zijn

in de beste betekenis van het woord

door de vreemdste ter wereld zijn

laten we hen laten voelen hoe naief we echt zijn

in de beste betekenis van het woord

door niks te snappen wat ze bedoelen

laten we hen laten horen hoe elitair we echt zijn

in de beste betekenis van het woord

door zelf niet te snappen wat wij bedoelen

als zij roepen van besparen

dan roepen wij ‘hippity hophop hippy hippity hop hop, besparen rikmt op iets met blaren, damn bitch, I said goddamn, damn damn, don’t bespaar on that ass, morherfucker, hashtag ik overdrijf niet of misschien een beetje, hashtag dit is te lang voor twitter, i said goddamn’

als zij roepen ‘het moet van europa’

dan roepen wij ‘ het moet van het vliegende taartmonster, zie je hem ook? Hij lekt slagroom op mijn kop, zie je het’

als zij roepen ‘armoede is een keuze’

dan roepen wij ‘cornflakes in je broek gieten is ook een keuze, ik hou van het gevoel van een krakende penis’

want

als ze ons niet serieus nemen

dan nemen we hen niet ernstig

dit gaat voorbij leuk, ludiek of grappig

dit gaat over moeilijk doen

dit gaat over irritant zijn

dit gaat over te ver gaan

en niet opgeven

en gaan en geven en gaan en geven en gaan en geven en gaan en geven

voorbeeld

in 2012 diende de gouverneur van Kansas Sam Brownback een wetsvoorstel in

om abortus te verbieden

met het statement dat vrouwen geen baas zijn over eigen buik

deze man werd op facebook overspoeld met wat men ‘sarcasm bombing’ noemt

aangezien deze politicus zich outte als expert in vrouwenzaken

stuurden vrouwen massaal vragen over hun menstruatie

als ‘meneer de gouverneur, er zitten brokken in mijn maanstonden die een beetje lijken op de 12 apostelen, maar nooit lijkt er een brokje op jezus. Is dat normaal?’

enzoverder

en gaan en geven en gaan en geven en gaan en geven

dus laten we al die sukkels bestoken met vragen als

‘meneer bracke, meneer bracke, meneer bracke, als bedrijfsleiders en verhuurders mythische en magische wezens zijn die ons allemaal zullen verlossen, mogen we die dan likken en krijgen we dan hun krachten via hun zweet in ons systeem?’

Of

‘meneer de wever, meneer de wever, als de logica is om werkgelegenheid te creeren door ambtenaren te ontslaan, krijg ik dan 1 miljoen euro en dat inleveren noemen’

Nog een feitje tussendoor

Gourverneur brownback heeft trouwens zijn staat kansas omgetoverd in een neoliberaal paradijs

Namelijk door te schrappen in uitkeringen en belastingen

Zelfs nul komma nul voor ondernemers

Met als gevolg nog meer werkloosheid

Minder geld voor infrastructuur en scholen

En nog meer schulden

Maar dat zijn feiten en cijfers

En we doen niet meer aan cijfers en feiten

We doen aan weird nu

we doen wat poetin doet

ja, wij moeten poetin worden

met volle goesting poetin worden

in plaats van hen

want poetin wordt geadviseerd door iemand met de naam Vladislav surkov

een man afkomstig uit de avant garde kunst

een man die zowel neo nazis geld geeft als pro democratische groepen

maar altijd duidelijk maakt dat hij erachter zit

zodat politiek in rusland 1 grote show blijft

zodat chaos elk moment kan uitbreken

maar dankzij 1 man, de president zelf, wordt tegengehouden

of zoals surkov het zelf zegt

hoe kunnen mensen in opstand komen

als ze niet weten tegen wat ze in opstand komen

rusland is een land in totale verwarring

en het werkt

toch voor hen die de verwarring creeren

en in dit land kunnen wij dat zijn

epiloog

dus

laten we stoppen zelfgenoegzaam betweterigheid

want we weten niet beter

links weet niet beter

de artistieke sector weet niet beter

de intellectuelen weten niet beter

maar troost u

niemand weet het beter

zeker zij aan de macht

en het omgekeerde beweren

we zijn allemaal sukkels

we doen allemaal maar wat

en dat is de schoonheid van democratie

elke dag iets uitproberen met zijn allen

en zien wat werkt

en als het niet meer werkt, dan proberen we iets anders

de mens is een experiment

de werkelijkheid is een onwerkelijk gegeven

al dit is niet echt

ik ben niet echt

jullie zijn niet echt

dit is een droom

laten we het ook als een droom behandelen

want in een droom kan alles

en het ergste wat gebeuren kan

is wakker worden voor het echt goed wordt

epiloog 2

dus

ik ben niet kwaad

want ik geloof

even hard als een fundamentalist, extremist

geloof ik

in de schoonheid van obsessie

In de aanwezigheid van leegte

Ik geloof in steeds opnieuw beginnen

Ik geloof dat leeftijd geen excuus

Ik geloof dat ik een mens ben

Die toevallig Nederlands spreek

Die toevallig in Vlaanderen geboren is

Ik geloof in de onafhankelijkheid van kunst

Dat het kunst mag zijn

En dat het woord op zich van alles kan betekenen

Ik geloof in waanzin

In hoe het ons verwarren kan

Ik geloof in een blik die de werkelijkheid weigert te aanvaarden als iets echt

Als iets stabiels

Als iets heiligs

Niks is heilig

Ik geloof dat geen enkele ideologie, religie of groep onaantastbaar is

Ik geloof dat morgen de potentie bezit om de schoonste of gruwelijkste of belangrijkste etmaal ooit te worden

Ik geloof in wanhoop

Ik geloof in hallucinaties

Ik geloof in de wetenschap

En in alles dat de wetenschap nog niet snapt

Ik geloof dat genegeerd worden de meest robuuste ambitie oplevert

Ik geloof dat enige mogelijke staat van een staat een veranderlijke staat is

Ik geloof in noodzaak

In kwaliteit door oefening

In kwaliteit door gewoon iets te proberen

Ik geloof dat ze maar 1 ding erger vinden dan een allochtoon die tegenspreekt

En dat is een blanke die niet luisteren wil

Ik geloof

Denk ik



  • Reacties(1)//blog.joostvandecasteele.be/#post125

Weekend at Francis

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele vr, maart 13, 2015 20:02:20

(column voor De Morgen)

De afgelopen dagen werd het derde seizoen van ‘House of Cards’ benaderd als een soort milde cocaïneverslaving waarbij politici de geneugten van hun gebruik deelden en tegelijkertijd zich haastten om elke link tussen hen en het hoofdpersonage Francis Underwood (gespeeld door Kevin Spacey) te minimaliseren. En ik kies niet zomaar voor de term verslaving, want niet enkel is het een bepalend thema in de reeks zelf, het is ook de perfecte omschrijving van mijn toestand dit weekend. Aan al diegene die mij probeerden te contacteren, mijn excuses. Maar ik was bezig 13 afleveringen van 50 minuten door mijn ogen te snuiven.
Dit is geen uitzonderlijke situatie voor mij. Op mijn ergst was ik tijdens mijn ‘West Wing’ periode. Toen moest ik nog naar buiten om mijn drugs op dvd te kopen, ik herinner mij vroege ochtenden na een hele nacht een seizoen uitgekeken te hebben en dan als een verwaarloosde junkie voor de gesloten deuren van de Mediamarkt te staan wachten. Bij gebrek aan keuze dan maar de Franstalige DVD-box kopen, getiteld ‘A La Maison Blanche’ kopen. Bericht aan de Franstaligen, het is een fucking dvd, je kunt er meer ondertitels opzetten dan enkel Franse of neemt de gedubde versie zoveel plaats op die schijf in?
Terug naar ‘House of Cards’. Het is ondertussen vrijdagnacht en drie afleveringen verder. Omdat er mij door deze krant op het hart en alle andere organen is gedrukt om niks te verklappen, vrees ik enkel abstracte opmerkingen te kunnen maken. Zoals zwarte paaseieren waarschijnlijk symbool dooie embryo’s. Maar heel deze reeks wordt ook wat abstract door haar selectieve keuze van huidige feiten, Zoals geen Obama, maar wel een republikeinse meerderheid in het parlement. En (spoiler alert) de echte Pussy Riot.
Zaterdagochtend. Het is vroeg. Maar er is koffie en nog een half blikje 7up met mojito flavour, een smerige smaak op elk moment van de dag. Alsof de makers doorhebben dat de meeste kijkers dit zien nadat ze pas wakker zijn, is het ritme traag en focust dit seizoen zich meer op de consequenties van de vorige twee. Is ook logisch, aangezien de vorige twee handelden over het vergaren van macht en deze het behouden van die macht.
En als na dit seizoen nog eens Vlaamse politici gevraagd worden over hun relatie met deze reeks en beweren dat het ver verwijderd staat van hun visie van politiek, dan zouden ze liegen. Want de manier hoe Frank Underwood zijn macht vergaarde, was misschien bij momenten grotesk en overdreven. Hoewel de moord op Russische oppositieleider Nemtsov bewijst dat de realiteit nooit te overtreffen valt in vreemdheid en wreedheid.
Zijn gedrevenheid echter om niks van die verworven macht af te staan, is een perfecte weerspiegeling van hoe politici (ook hier, u mag zelf kiezen welke partijvoorzitter) niet terug verkozen geraken beschouwen als een groots persoonlijk falen. Hierin is de serie allesbehalve over de top, het tonen van de verslaving aan macht. Niet toevallig worstelen andere personage ook nog met andere verslavingen, als een spiegeleffect. ‘House of Cards’ zoomt uit in seizoen 3, van enkel de VS naar een internationale niveau (VN, Israël, Rusland), maar zoomt ook in op de ergste karaktertrek van elke politicus, namelijk een gradueel geloof in een eigen onmetelijke goedheid, waardoor elke kritiek een persoonlijke aanval lijkt en elke felicitatie een vanzelfsprekendheid.
Zaterdagavond en zoveel afleveringen later. Dit is geen recensie. Hoewel veel kritiek geuit kan worden op dit seizoen, naast zoveel lof voor de look en de dialogen. Maar misschien is er zoals na een drugsroes altijd de teleurstelling, het besef dat je zoveel tijd verspild hebt aan iets wat nooit je hoogste verwachtingen kan inlossen. Een beetje zoals politici elke dag moeten ervaren, vermoed ik. Maar toch is er ook weer een opborrelende drang om een andere reeks te bingen, zoals het een ware verslaafde betaamt. Mijn naam is Joost Vandecasteele en ik ben een extreme televisiekijker.

  • Reacties(0)//blog.joostvandecasteele.be/#post124

Bingen met Bob

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele vr, maart 13, 2015 19:57:47

(maandelijkse column voor Focus Knack)

Ik was toch niet de enige zijn die in trance naar het televisiescherm wees, die de klanken “maar, maar, maar,…” bleef herhalen en dan vloekte van “godgloeiende hufters, moge jullie moeders vervuld worden van walging bij elke aanblik van jullie babyfoto’s en moge jullie vaders laattijdig herenliefde ontdekken en bij jullie intrekken met hun nest aangekochte Vietnamese boys”.
Of zoiets.
Want ik was toch niet de enige die Netflix toeliet in mijn woonst omwille van hun belofte dat elke aflevering van elke aangeboden serie stante pede te bekijken was. En verbeter mij als ik me vergis, maar deze belofte had toch niet enkel betrekking tot Vlaamse middenmootseries als ‘Dubbelleven’ met Lucas ‘ik spreek elke zin uit met totale verwondering’ Vanden Eynde of de fantastische Fargo (of ik hierbij de film of de reeks bedoel, laat ik de lezer over. Aangezien een discussie over welke de ander overtreft bijna Kerstmis bij de Vandecasteeles heeft verknald).
En net bij het meest gehypet ding sinds vuur in de grot, namelijk de serie ‘Better Call Saul’, verbreekt Netflix haar belofte en verplicht ons elke keer tot dinsdag te wachten om de volgende aflevering te zien. Toch komen we niet in opstand tegen deze onrechtvaardigheid. Ten eerste, het is maar televisie. Een zin die misschien iemand in het oor van Bart De Pauw moet fluisteren zodat zijn volgende serie niet meer gebaseerd is op zijn valse veronderstelling dat mensen een vastgeroest beeld van hem koesteren wegens een andere serie 10 jaar eerder.
Of zoiets.
En ten tweede, we vergeven hen omdat deze reeks niks fout kan doen wegens haar geloofsbrieven. Voor de meesten omwille van de makers die ook verantwoordelijk zijn voor ‘Breaking Bad’. Voor mij omwille van de acteur die het hoofdpersonage van Saul Goodman vertolkt, de heer Bob Odenkirk.
Ik neem u mee, lieve lezer, naar een meer onschuldige tijd, door historici beschreven als ‘midden jaren negentig’. Alles was anders toen. We staken onbekende mensen in een huis vol camera’s en ze kwamen daarna terug beroemd buiten. Mensen met magische namen als ‘Spillie’, ‘Betty’ en ‘Frank Molnar’ die dan werden verbrand om een vruchtbare oogst af te dwingen van de goden waarin we toen geloofden.
Of zoiets. Ik ga er vanuit dat ze dood zijn want nooit meer iets van gehoord en beroemd ben je een leven lang. Toch? Ja toch he? Oh shit.
Een periode waar alles mogelijk leek, zoals een socialistische partij waarvoor we ons niet hoefden te schamen. Ook op televisie kon veel, zeker voor Bob Odenkirk en zijn comedypartner David Cross die de wereld trakteerden op de sketchshow ‘Mr Show’ op HBO. En nu volgens de wetten en de praktische bezwaren van papier die mij niet toelaten hier even een YouTube filmpje te tonen (want in tegenstelling tot Netflix staan alle Mr Shows wel online), heb ik de onmogelijke taak om deze baanbrekende reeks te omschrijven. In interviews hebben Odenkirk en Cross nooit de invloed van de Monty Python mannen verborgen die op hun beurt zwaar geïndoctrineerd werden door de nonsensicale en absurde humor van Spike Milligan. Dus net als bij deze voorgangers vloeit ook in elke aflevering van ‘Mr Show’ de ene sketch over in de volgende, van 1 over ouders die een man van 40 adopteren die buitengesmeten wordt en dan op de tonen van een kinderliedje op weg wordt geholpen door een rode ballon die hem aan het zuipen en gokken brengt en zo een sekswinkel binnen leidt gerund door een koppel bezorgde uitbaters die elke klant behandelen als hun eigen kinderen en dan bezocht wordt door de god van porno, wat gewoon 2 mannen op elkaars schouders zijn in een grote regenjas, met behulp van een witte baard en een rookmachine.
Of zoiets.
En dat laatste bewijst ook hun grootste invloed, namelijk die van de live variété. Het is werkelijk impressionant hoe deze switches tussen scenes ook vaak switches zijn tussen opgenomen dingen en live optredens. Met fantastische trucs van de foor, zichtbare draden die meubels wegtrekken, acteurs verstopt tussen het publiek en halfslachtige kostuumwissels op het podium.
Na 4 seizoenen werd ‘Mr Show’ stopgezet en kreeg het daarna de vergiftigde eretitel van cult. Wat eigenlijk wil zeggen, geniaal maar niemand keek. Een lot dat ze delen met ‘Arrested Development’ (met niet toevallig David Cross in de cast). Maar toen, lieve kinderen, leefden we zonder de alomtegenwoordigheid van internet en konden zo geen fragmenten gedeeld worden en nieuwe fans gegenereerd worden. We waren gelukkig toen, maar verstoken van zoveel kwaliteit door vreemde beslissingen zoals regio-instellingen op dvd’s.
Maar die 4 seizoenen zijn niet nutteloos gebleken, David Cross verschijnt in meerdere films en brengt superieure standup comedydvd’s uit. Het programma lanceerde ook de carrières van Jack Black, Sarah Silverman en de onterecht hier onbekende Paul F Tompkins. En nu eindelijk lof en erkenning voor Bob Odenkirk. Met het zoveelste voorbeeld dat goed geregisseerde komieken straffe acteurs kunnen zijn.
Ik eindig met een schone belofte getweet door Tompkins samen met een reünie foto van de ‘Mr Show’ cast dat de 20ste verjaardag dit jaar niet zomaar zal passeren. Wat precies is nog onduidelijk, maar dat zijn de beste dingen meestal.


  • Reacties(0)//blog.joostvandecasteele.be/#post123

Ons soort propaganda

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele ma, februari 23, 2015 16:57:29

Misschien ligt het aan mij, maar ik vind blanken vaak rare wezens. Hebt u hen al eens geobserveerd? Niet te dicht komen, dat hebben ze niet graag, dan maken ze rare geluiden als "Oh my god!" en "U zit in mijn comfortzone". Meestal zijn ze rustig, maar het blijft onvoorspelbaar waarover ze kwaad kunnen worden. Soms over de meest onbenullige dingen, zoals de naamsverandering van Cara Pils (DM 20/2).

Ik mag mezelf een expert in blank westers gedrag noemen: al van kindsbeen vertoef ik onder hen, heb ik hun gedragingen kunnen bestuderen. Aangezien ik ben opgegroeid in het zuiden van West-Vlaanderen ontdekte ik bijvoorbeeld al snel dat de ziekte van eikelgedrag in te dure auto's geen onderscheid maakt in ras, enkel in geslacht. Ik heb zo veel onschuldige blanke jongens zien verteerd worden door machogedrag in de hoop te kunnen paren met een blank vrouwelijk exemplaar.

Nu woon ik in Brussel, waar vrouwen worden geconfronteerd met allerlei mannen besmet met hetzelfde machovirus. Volgens onbetrouwbare bronnen vallen deze mannen elke vrouw lastig in een poging hen weg te jagen en deze stad om te toveren tot een homoseksueel paradijs. Iets wat ze waarschijnlijk zouden ontkennen.

En na duizenden jaren van blanke en westerse overheersing over deze wereld is er nu een noodzaak om aan de rest van de wereld, voornamelijk de mensen die tegen deze overheersing zijn, duidelijk te maken dat het Westen toch het beste voor hen wil (Brussel krijgt centrum voor contrapropaganda, DM 20/2). Niet per se in daden, maar in woorden. Of in het geval van Syriëstrijders: hen met propaganda wijsmaken dat we eigenlijk fantastisch zijn. Met onze spulletjes en onze feestdagen (zoals de überbelangrijke Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart) en onze gelijkheid tussen man en vrouw (behalve volgens onze neoliberale religie waarin een loonkloof nog steeds bestaat).

Deze propaganda begint al met een achterstand, want we hebben hen eerst laten geloven dat de mens in de eerste plaats een consument is en hen dan laten hunkeren naar luxe die onbetaalbaar is. Geen wonder dat een religie die beweert dat materiële goederen niet het streefdoel mag zijn, zo veel gefrustreerde mensen aanspreekt. We hebben hen wijsgemaakt dat er niets coolers is dan (valse) merkkleren en niets mis is met een handtasje voor mannen (zolang het juiste merk er groot genoeg op staat). We tonen hen reclame voor haargel, lotion, scheermesjes die de vorm van je gezicht volgen.

Eindelijk zien we op straat de meest piekfijn geurende, geschoren en uitgedoste jongens als paradepaardjes van onze consumptiemaatschappij en lopen de blanken zelf rond als luie werklozen: bebaard, ongeknipt kapsel en in tweedehandskleren, met een Cara Pils. Dat kan niet anders dan verwarrend zijn, zeker als we als westerse blanken gaan pretenderen dat ze weer meer op ons moeten lijken. Maar dan zonder baard en met een job.

Als Westen hebben we heel veel om trots op te zijn ('Better Call Saul' al gezien?), en veel om beschaamd over te zijn, maar zolang je niet in staat bent je gebarsten gsm-scherm te vervangen, blijf je een sukkel als al de rest. Als we écht de toekomst willen vrijwaren van elke soort onderdrukking, moeten we durven toe te geven dat het Westen al eeuwenlang de kans heeft gekregen om zijn dure beloftes van welvaart en vrijheid in te lossen en daarin niet is geslaagd. We zijn een paranoïde samenleving geworden en ons fundamentalistische geloof in economische groei heeft een wereldwijde crisis veroorzaakt. Tijd voor iets anders, of zijn we echt zo fanatiek in onze religie dat we maar één interpretatie van kapitalisme aanvaarden?

Of misschien moet dit de kern zijn van deze poging tot propaganda: toegeven dat we ook maar iets aan het proberen zijn, zonder goed te weten wat. Een zoektocht zonder stom te doen over geaardheid of gender. Dat is pas een nulpunt, een premisse die niemand uitsluit.



  • Reacties(0)//blog.joostvandecasteele.be/#post122
« VorigeVolgende »