mijn aanwezigheid

mijn aanwezigheid

Tokyo Madness

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele za, mei 23, 2015 10:21:39
(maandelijkse column voor Focus Knack)


Ik schrijf dit met mijn linkeroor nog potdoof van de landing en een daar gekochte tweede koffer nog ongeopend, vol hebbedingetjes voor anderen maar eigenlijk niet van plan om hen weg te geven. Ik schrijf dit een dag na mijn terugkomst uit het mekka van de geek, home where the electronic buffalo roam, beter bekend als Tokio, Japan. Maar zoals bij elk heiligdom ligt haar grootste glorie in een ver verleden. Toen Japanners nog als de slechterik werden opgevoerd in Hollywoodfilms, in prenten als ‘Black Rain’ (1989) van Ridley Scott en ‘Rising Sun’ (1993) met deze legendarische dialoog tussen Sean Connery en Wesley Snipes.

“The Japanese find big arm movements threatening. And you must bow deeper if you greet a superior, called a senpai.”

“Senpai. Apple pie. Whatever, man.”

U kunt zelf wel raden welke zin bedoeld is voor het film cliché van een zwarte ad rem flik.


Nadat Japanners al hun mysterie als gevoelloze ninja’s in maatpakken verloren en Japan zelf een afzetmarkt voor deze films werd, mochten de Chinezen, daarna terug de Russen en nu dus de Noord-Koreanen de honneurs van generische bad guy overnemen. En voor de meest fantasieloze scenarist is er altijd de Arabische terrorist. Tot natuurlijk cinema’s gerund door IS ook genoeg tickets verkopen en Hollywood winst opleveren. Dan verwacht ik wel de eerste romantische komedies met Hugh Grant als onhandige onthoofder van ongelovigen.

Mocht dit een ander soort tijdschrift zijn, dan volgde nu een heel verslag over mijn dagen in de drukte in Tokyo, over in een metrowagon geduwd worden door zakenmannen, over de waanzin van de technologische wijk Akihabara waar mangameisjes bibberend van de kou voorbijgangers moeten lokken naar Maid Cafes, over de automaten met zowel ijskoude flesjes water als gloeiend hete blikjes koffie te koop, over de vreemde beslissing van een rookverbod op straat maar mogen paffen in restaurants enzoverder. Ondersteund door foto’s van mij naast een gigantische Gundam robot of noedels aan het slurpen. Een Tokio die aanvoelt als een toekomst ingehaald door het heden.



Deze column echter is een poging om een 1 specifieke ervaring onder woorden te brengen. Een probeersel om te verklaren waarom een Japanse nerd genaamd Hidetaka Miyazaki in staat is om van de game ‘Bloodborne’ een religieuze belevenis te maken. Ik ben heel bewust dat er al genoeg lovende recensies zijn geschreven over deze spirituele opvolger van de ‘Demon en Dark Souls’ serie en hoe telkens opnieuw wordt beweerd dat de extreme moeilijkheid enkel hardcore gamers zal aanspreken. Want een spel die moeite vereist, is al een unicum geworden, een garantie om geen bestseller te zijn. En nu moet ik hypocriet even melden dat ik zelf het spel ook niet gespeeld heb. Aangezien mijn kunde als gamer even beperkt is als mijn kunde om ongeschoren een Joy Anna Thielemans lookalike wedstrijd te winnen, ben ik aangewezen op andere en betere gamers die op Youtube doorheen het spel razen.



De meesten van deze walkthroughs worden gepost door praatgrage Amerikaanse pubers die elk filmpje openen met langdurige dankbetuigingen voor de likes die hun vorig filmpje heeft ontvangen. Maar gelukkig bestaat er ook iemand als HassanAlHajry met zijn garantie om zonder commentaar en zonder al te veel te sterven alle levels te doorkruisen. Dankzij hem heb ik acht uren lang kunnen vertoeven in het Bloodborne universum met de meest buitenissige monsters, besmette dorpelingen, angstaanjagende hallucinaties, bloedrode manen, uitverkoren baby’s beschermd door spinachtige vroedvrouwen, waanzinnig geworden bisschoppen, navelstrengen verbonden aan uitgerukte ogen, verwijzingen naar de Old Great Ones. Maar nooit wordt iets verklaard, nooit is er een uitleg, nooit wordt iets duidelijker dan enkel een vermoeden dat het een droom kan zijn, of een herbeleving van herinneringen door een dooie, of een blik in een alternatieve tijdslijn. Zelfs helemaal op het einde is er geen kruimel van een antwoord, alsof je gewoon urenlang hebt binnen kijken in het hoofd van een zieke geest.



Maar bedenker Miyazaki is geen waanzinnige. Hij is een man opgegroeid met een obsessief gebruikte bibliotheekkaart en een neiging om vanalles te fantaseren bij de boekpassages die hij niet begreep. Maar hij is ook een product van een Japanse samenleving overeind gehouden door groepsdruk om te blijven presteren (dit is een land waar een woord bestaat voor ‘dood wegens overwerk’), waar alles in functie lijkt te staan van efficiëntie, met ticketjes te koop aan de ingang van restaurants zodat je geen tijd verliest met de rekening te vragen, met een aanschuiven in een rij om te blijven staan op een roltrap en een andere rij om te stappen op dezelfde roltrap. En de enige manier om zelf niet zot te worden in deze machinerie van mensen is vluchten in de eigen kop, is om exuberante uitlaatkleppen te koesteren. Denk maar aan al die voor ons pornografische en extreem gewelddadige manga die open en bloot verkocht en gelezen wordt. Maar hetzelfde geldt ook voor hun games en hun onwil om hun fantasie te milderen om toegankelijker te zijn voor een breder publiek.
Dat is voor mij het werkelijk briljante van’Bloodborne’, dat ik mij als toeschouwer vereerd voel om toegelaten te worden tot een geheime wereld geboetseerd in het hoofd van een Otaku, verborgen achter een schijnbaar emotieloos gezicht.









  • Reacties(0)//blog.joostvandecasteele.be/#post127