mijn aanwezigheid

mijn aanwezigheid

2 maal Het Parool over Brussel

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele wo, maart 30, 2016 10:07:30

Bericht uit Brussel

Dinsdag 22 maart

8u30

We wonen nauwelijks driehonderd meter van zijn school. Maar toch vertrekken we altijd te laat. Dat ligt meestal aan mijn zoon, deze keer aan mij.

We zitten aan weerszijden van een tafel, hij is bezig met Lego en ik staar naar het computerscherm voor mij. Ik staar naar al die verbrijzelde ramen van de luchthaven. De knal moet enorm geweest zijn. Op dat moment weet ik nog niet dat er twee ontploffingen waren.

Maar we moeten vertrekken, we moeten naar school.

Hem thuis houden is geen optie, hij weet ook van niks, dat wil ik zo lang mogelijk zo houden. Niet uit angst om hem bang te maken, maar uit het besef dat de komende uren elk scherm in dit appartement vreselijke beelden zal tonen die ik wil/moet zien.

We wandelen met een flinke tred naar de school en voor de eerste keer sinds jaren zijn de sirenes luider dan het getoeter in Brussel. Ze komen van overal, ambulances, politiewagens, brandweerauto’s. Sirenes klinken nijdiger als de weg geblokkeerd blijft.

We zijn net op tijd, de schoolbel rinkelt maar klinkt niet luider dan de sirenes.

Misschien is hij deze klanken al gewoon, want hij vraagt niet wat er aan de hand, ik zou ook niet weten wat te antwoorden.

Hij is pas zeven, maar toch is dit niet eens zijn eerste lockdown in deze stad.

De vorige keer sprak ik over boeven die verstoppertje speelden en altijd in de minderheid zullen zijn tegenover de politie. Iets wat heel geloofwaardig klinkt de laatste weken.

Toen sloten ze alle winkels en metro’s om hen beter te vinden. Want politie mag vals spelen.

Deze keer is het aan ons om verstoppertje te spelen.

Ik omhels hem iets langer dan normaal.

9u30

De openbare omroep zit nog in een herhaling van het journaal van gisteren, nog in een lichte euforie over de geslaagde arrestatie in Molenbeek. Maar het voelt allemaal als ouwe archiefbeelden.

Alles voelt ook anders nu. Twitter toont foto’s van gewonden in de vertrek, korte filmpjes van rennende passagiers, hun kreten van paniek weerklinken zo schril door mijn luidsprekers.

10u30

Ik wissel van computer naar televisie en zap nog eens tussen de twee belangrijkste zenders, in de hoop dat de ene meer weet dan de andere. Maar wat de ene beweert, wordt door de andere tegengesproken.

De nieuwslezers in de studio nemen het opgefokte praten van de journalisten ter plaatse over en elke vraag aan elkaar kan samengevat worden in “En nu? En nu?”.

Ze spreken van twee explosies. Er zijn geruchten over Arabische kreten voor de eerste ontploffing, een ooggetuige ontkent dit later.

Maar niemand ontkent dat het aanslagen zijn als wraak voor de arrestatie in Molenbeek, misschien een lang geplande daad in stroomversnelling gebracht nadat de meest gezochte man van Europa zijn positie verraadde met een pizzabestelling.

Het stond te gebeuren, niet óf maar wanneer was de vraag.

En dan verandert de titel van ‘Aanslag in Zaventem’ in ‘Aanslag in Brussel’.

Nog een explosie melden ze, in metrostation Maalbeek, vlakbij het politieke centrum van dit land.

Foto’s van een grijze rookpluim waaruit strompelende pendelaars, bebloed en wankel, verschijnen. Ik ken dat station, het ligt niet ver van een vorig appartement van toen ik elk jaar binnen Brussel verhuisde.

Een halte die meer dan anderen eruit zag als een versterkte bunker, meters diep in de grond. Bestand tegen het ergste van buitenaf, maar kansloos van binnenuit.

11u30

Ik probeer de school te bereiken, telefoneren lukt niet, het netwerk is overbelast.

Een sms lukt wel, of ik hem halen moet, maar geen antwoord.

‘Blijf binnen,’ zegt de regering op televisie.

Alle metrostations worden gesloten.

‘Telefoneer niet alstublieft,’ smeken ze op Twitter.

12u30

‘De schoolpoort is gesloten, kinderen zitten veilig binnen,’ sms’t de school terug.

Ik stuur datzelfde bericht door als antwoord op bezorgde berichten van familieleden.

En dan is er dat ene beeld, een snel genomen foto van het metrostel in Maalbeek na de ontploffing.

Het blurren van de kapot gereten lijven tussen de brokstukken gebeurt pas na het refreshen. Alles is zwartgeblakerd, her en der nog onaangetast oranje geschilderd metaal, de metro herken ik als een oud model, zo één met plakkerige palen en harde plastieken stoelen.

Op Facebook stellen mensen elkaar gerust dat ze veilig zijn. Iemand toont bijna jaloers een foto van haar slapende zorgeloze baby.

Iemand post een foto van een middelvinger in de vorm van frieten, iemand anders een tekening van een huilende Kuifje.

13u30

Buiten op de straat rijdt de vuilniskar langs en is er vertrouwd gescheld te horen over een dubbel geparkeerde auto. Een werkman aan de overkant start een elektrische zaag op. Hun schelle samenzang overstemt de sirenes. Maar niet voor lang.

Bijna elk halfuur stijgt het aantal doden, zeker die in de metro. Het was dan ook spits, een directe lijn vanuit Brussel-Centraal.

Die wanhopige klootzakken hebben 22 maart geclaimd.

Meer krijgen ze niet.

14u30

De school stuurt een mail naar elke ouder.

Over een uur mogen we hen komen afhalen, buiten aan de poort, niet binnen op de speelplaats.

15u30

Bommen en boeven.

Dat is zijn samenvatting.

Even duidelijk als die tekening op Twitter van Manneke Pis die op een machinegeweer urineert.

16u30

Zijn Lego ligt nog altijd verspreid op de tafel van vanmorgen. Ik schrijf deze woorden met hem opnieuw aan de overkant. Dit document neemt een half scherm in beslag, de andere helft een online live-verslag van een krantenwebsite. Hij zegt dat zijn zelfgebouwd vliegtuig ook helpen kan, boeven vangen. Ik moet even stoppen met typen, ik kan even niet meer. Ondertussen spreken ze van meer dan 30 doden.

19u30

Met een half oog kijken we met zijn drieën naar het journaal, naar de herhaling van de herhaling. Hij lijkt gerust gesteld door zoveel politieagenten te zien op het scherm, toch vraagt hij of iedereen die we kennen oké is.

We horen door dezelfde experts dezelfde conclusies als na Parijs en we weten dat morgen de solidaire tweets van vandaag in het niks zullen verdwijnen met de stortvloed aan beschuldigingen.

Net voor hij in bed moet, is er nog een mail van het school.

Morgen terug open, staat er, ‘als normaal’ tussen aanhalingstekens.

Klinkt als een goed plan, terug ‘normaal’ doen, met prikkende ogen.

Veroorzaakt door ingehouden tranen en te lang naar scherm staren.

20u30

Hij slaapt. Sinds ‘Inside Out’ is hij ook overtuigd dat er wezentjes in zijn hoofd zitten. En als hij aan slechte dingen denkt, dan moet ik die wezentjes goeie moed inpompen. Meestal lukt dat met een kriebelende kus op het voorhoofd. Het is weinig wetenschappelijk, maar het werkt wel.

Ook na een dag als vandaag.

Woensdag 23 maart

8u30

We wonen nauwelijks driehonderd meter van zijn school. Maar toch vertrekken we altijd te laat.

Dat ligt meestal aan mijn zoon, deze keer ook, de treuzelaar.

Het 'normale' lukt min of meer. Er is weer die 'normale' balans tussen sirenes en getoeter. Onderweg naar school passeren wee de afgesloten metalen deur van tramhalte Lemmonnier.

Niet alle metro's rijden, niet alle toegangsdeuren van treinstations gaan open. Pendelaars worden gecontroleerd, Brussel is als een kladversie vandaag.

De speelplaats is ook kalmer dan 'normaal'. Minder kinderen en zo veel meer ouders die blijven hangen. Een taxichauffeur die de terroristen vervoerde en slechts drie van hun vijf koffers wou meenemen, wordt bejubeld.

België maakt haar ergste aanslag ooit mee en de verantwoordelijkheden zijn criminelen die er niet eens aan denken om een grote taxi te bestellen.

09.30

Zij die mij gisteren niet konden bellen, doen dat nu. De televisie blijft uit.

Ik sluit dit worddocument en open een scenario in wording.

(Bericht uit Brussel verscheen op 23 maart in Het Parool.)

Bijna een minuut stilte in Brussel

Joost Vandecasteele

De dag van de aanslagen lukte bellen niet wegens een overbelast telefoonnetwerk.

De dag erna kan ik niet betalen met een bankkaart wegens een overbelaste internetnetwerk.

Deze keer niet veroorzaakt door de communicatie tussen hulpdiensten, maar omdat alle neergestreken buitenlandse journalisten in dezelfde koffiebar bij het Beursplein op de gratis wifi zitten.

De twee verdiepingen barsten uit hun voegen, maar dat is nog niks vergeleken met wat er buiten te zien is.

Daar, op dat kleine ironisch genoeg autovrije plein, staan er tientallen zendwagens van over heel de wereld met hun camera’s gericht op de kaarsen en de krijttekeningen van de dag ervoor.

Het is officieel nu, Brussel is opgenomen in de non-stop nieuwscyclus die elk uur herhaald wordt, haar internationaal belang ergens tussen een natuurramp en een uitspraak van Donald Trump.

Na Parijs daagde dezelfde immense perskaravaan op in Molenbeek om in te zoomen op opgefokte jongeren, hun agressieve fuck you-attitude als hun versie van de punkgedachte.

Deze keer zitten de cameraploegen in het centrum van Brussel, nauwelijk een kilometer verder want zo gecondenseerd is deze stad, om in te zoomen op rouwende gezichten.

En dankzij hun lokale fixers weten ze al waar de beste koffie te vinden is.

Na de ontploffingen was er een stilte, voor eventjes toch.

Maar stilte blijft nooit lang overeind in Brussel.

Dinsdag werd ons gevraagd binnen te blijven, een verzoek door velen genegeerd.

De Brusselaar bezit dan ook een aangeboren antiautoritaire onwil om zich te schikken en netjes te gedragen.

Iets wat mij altijd heeft aangetrokken tot deze Vlaamse/Belgische/Europese/Jihadi hoofdstad, in mijn constante zoektocht naar onrust.

Deze gedeelde onrust zal deze stad ook helpen in het heropstarten.

Want dachten die terroristen echt dat ze ons van ons stuk konden brengen? Wat een arrogantie.

Dus geen betere samenvatting van deze stad dan de twee mislukte minuten van stilte op woensdag- en donderdagmiddag.

De eerste vond plaats op het Beursplein, waar na nauwelijks twintig seconden een zatlap onverstaanbaar begon te brullen tussen de menigte. Onze versie van de Dam Roeper, maar dan zonder de paniek erna.

Want we kennen hen zo goed, de zatten en de zotten van deze stad, hun dagelijkse dosis zware alcohol goedkoop te vinden in al die nachtwinkels. De trappen van de Beurs als hun vaste plek, in afwachting tot het gebouw omgevormd wordt tot een Biermuseum.

Na hem werd het nooit meer stil, ook bij een tweede poging de volgende dag aan het federale parlement in gezelschap van het koningspaar en alle regeringen van dit land. Behalve de Vlaamse regering, die was liever solidair met de slachtoffers bij hun eigen parlement.

Deze keer blijft de stilte dertig seconden duren, tot op de achtergrond een schel ononderbroken getoeter te horen is. Waar zelfs de koning niet van opkijkt.

Van de politici aan elk parlement krijgen we te horen dat het aanval op onze vrijheid was.

Maar zo voelt het niet.

We zijn niet aangevallen door terroristen, maar door vervroegd vrijgelaten criminelen met gewapende overvallen op hun strafblad die zich opgejaagd voelden nadat hun even crimineel vriendje per toeval opgepakt werd. Religie en het lot van Syrië als een opzichtig dun laagje vernis om zich belangrijker te wanen.

Ze wilden toeslaan op Paasmaandag, maar geraakten in paniek en kwamen een week eerder in actie.

Ze wilden hun daden in Parijs nog eens overdoen, maar waren met te weinig om evenveel schade te berokkenen.

De afgelopen twee dagen zijn er berichten over hoe we aan veel erger ontsnapt zijn.

Dat er nog spijkerbommen gevonden zijn tijdens huiszoekingen, samen met zware machinegeweren.

Dat de grootste bom niet ontploft is in Zaventem.

Feiten die geen troost bieden, maar wel de daders tot menselijke proporties terugbrengen.

Ondertussen is Brussel terug herstart, met het dreigingsniveau terug op drie en het volume op straat terug op elf.

Behalve donderdag om 18 uur.

We bevinden ons toevallig in de rijkere bovenstad van Brussel, waar de Louizalaan synoniem staat voor luxe. Onderweg naar de publieke lift om neer te dalen naar de armere benedenstad passeren we het immense Justitiepaleis. Een gebouw dat als sinds mensenheugenis in de steigers staat als een ideaal metafoor voor een falende justitie.

En dan van alle kanten politieauto’s, van gemarkeerde tot anonieme, waaruit gewapende gemaskerde agenten springen en zich werpen op drie mensen. We zien hoe iemand op de grond wordt geduwd en geboeid een blinddoek om krijgt.

Alles rondom komt tot stilstand, de tram, de passanten en de auto’s.

Maar niemand roept, niemand toetert, niemand trekt op.

We beleven een ongekende geconcentreerde stilte.

Voor eventjes.

Tot een motorfiets luid gas geeft en de pauzeknop weer wordt losgelaten.

(Dit artikel verscheen op zaterdag 26 maart in Het Parool.)

  • Reacties(0)

Fill in only if you are not real





De volgende XHTML tags zijn toegestaan: <b>, <br/>, <em>, <i>, <strong>, <u>. CSS styles en Javascript zijn niet toegestaan.