mijn aanwezigheid

mijn aanwezigheid

roman in wording, deel 1

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele do, mei 25, 2017 16:44:09

(bezig met boek 7)

1.

Nog meer dan een uur voor de babysit afgelost moet worden. Nog net genoeg tijd voor wat chaos en geweld, rekent Esther. Ze heeft wel wat kostbare minuten verloren om het juiste huis te traceren, plus nog eens een dik kwartier rondrijden om een parkeerplaats te vinden.

Eigenlijk is een uur te kort voor wat ze van plan is, zeker met meerdere mannen. Even overweegt Esther om het uit te stellen. Maar dan heeft ze voor niks een babysit geregeld. Plus beloofd is beloofd en betaald is betaald. Ze steekt alle autopaperassen in haar handtas en laat het handschoenenkastje open, want een kinderzitje op de achterbank is geen garantie tegen diefstal in deze buurt.

Ze controleert voor de laatste keer het huisnummer met wat ze heeft opgeschreven. Met haar nagel krabt ze het opgedroogde bloed van het papiertje en lijkt het laatste cijfer het meest op een zes. Helemaal zeker is ze niet, maar terugkeren naar de kerel uit wie Esther de informatie heeft geslagen, is ook geen optie. Dan maar hopen dat ze goed heeft gegokt.

Schouder tegen deur. Het hout kraakt maar breekt niet. De pijn overspoelt haar lijf, maar straks absorbeert haar kracht de meeste zeer. Niemand op straat zegt iets of houdt haar tegen wanneer ze voor haar tweede poging een aanloop neemt en met haar opgerold lijf tegen het obstakel botst. De deur bezwijkt en stort neer als een harde mat waarop ze valt. Subtiel is Esther nooit geweest. Maar deze keer lijkt haar bombastische binnenkomst niet de beste strategie, nu iedereen in het huis brutaal gewekt is.

Het zorgt wel voor minder tijdverlies, want daar verschijnt al haar eerste aanvaller. Uit een kamer op het einde van de nauwe gang strompelt een naakte man in haar blikveld, met zijn broek in de hand. In plaats van deze aan te trekken, hanteert hij het kledingstuk als een slappe knots waarmee hij uithaalt. De riem raakt haar recht in het gezicht en de slag werpt haar tegen de muur. Een tweede uithaal, zelfde plek. Haar wang scheurt open en ze krijst het uit van de pijn. Een kreet zo schril dat hij achteruit deinst en hem aan het twijfelen krijgt. Alsof het allemaal een vreselijk misverstand is in plaats van een moedwillige inbraak. Maar het gillen heeft niks te maken met een nakende nederlaag, maar is een strijdkreet gepaard met de transformatie in haar. Zijn agressie voedt haar kracht. Iets wat hij meteen ervaart door haar vuist in zijn zij, zo hard dat ribben gebroken worden en adem ontnomen wordt. Geen tijd om te recupereren, want een volgende boks raakt hem in de maag. Hij plooit dubbel en smelt op de grond. Zijn lijf gereduceerd tot ongevaarlijk vlees, zijn meest dierbare bezit ingekapseld door al zijn ledematen. Maar Esther kreeg specifieke instructies om net daar toe te slaan. Ze ontmantelt zijn verdediging door zijn benen te scheiden van zijn bovenlijf en ontbloot zo zijn geslachtsdelen. Hij piept om gespaard te worden, maar zo werkt het niet. Met één stamp verbrijzelt ze zijn kloten en in zijn handpalmen omklemt hij het bebloede overblijfsel.

Nog maximum drie kwartier en nog minimum twee mannen te gaan. Esther haast zich naar de volgende verdieping. Het enige geluid in het huis is het monotoon grienen van de gevelde vent beneden. Verweven in zijn wenen prevelt hij een smeekbede om hulp, maar deze blijft onbeantwoord. Geen enkele deur op de eerste verdieping verroert zich, geen enkele levende ziel lijkt zich hier te verschuilen. Maar Esther weet beter en zeker dat wakkere mannen haar opwachten, klaar om haar kapot te maken in hun kleine territorium.

Ze gunt zichzelf tien seconden van rust, haar oren gefocust op het minste geluid om hun locatie te achterhalen. Maar na nauwelijks twee seconden verstoort het trillen van haar smartphone deze concentratie. Het zou een bericht van de babysit kunnen zijn en deze gedachte drukt meteen haar opgewekte kracht naar beneden tot weinig meer dan een bonkende sensatie van nervositeit in de buik. Ze haalt het toestel uit haar broekzak en leest hoe haar man meldt dat hij nog langer werken moet vanavond. Zoals zo vaak. Ze antwoordt niet, want een deur aan haar linkerkant kraakt open tot op een kier, net ver genoeg om een half gezicht te zien. Esther bergt haar telefoon weg en rent er naartoe. Maar in die anderhalve meter tot daar blijft haar kracht nog te klein om op te teren.

Esther stoot de deur open, de man valt op de grond en blijft hulpeloos liggen. Overmand door angst houdt hij zijn handen hoog als schild voor zijn gezicht. Maar zijn onwil om te slaan maakt haar net zwakker en haar kracht vervaagt. Haar enige optie is hem kwaad te maken om zo haar eigen woede te doen bloeien tot deze haar lijf weer overneemt. Ze tikt met haar voeten tegen zijn handpalmen in de hoop een fysieke reflex te verkrijgen, maar het enige wat dit oplevert, zijn gemompelde excuses en gesnik.

‘Nee, geen sorry zeggen, je moet mij uitschelden voor trut. Of hoer. Of… maakt niet uit, kies een belediging. Je kent er meer dan mij.’

‘Wat,’ stamelt de man.

‘Je moet mij beledigen, sukkel.’

‘Maar ik wil niet.’

‘Oké, je hoeft niet te roepen, je mag ook gewoon slaan.’

‘Maar dat wil ik helemaal niet. Het spijt me, ik weet niet wat ik misdaan heb, maar het spijt me echt,’ snikt de man.

‘Je weet het maar al te goed wat je gedaan hebt.’

‘Nee, echt, ik weet van niks.’

‘Je hebt godverdomme met zijn drieën een vrouw verkracht.’

‘Dat is niet waar, dat… ze was dronken, we waren dronken, het was gewoon een vergissing, het… sorry… hoe weet jij dat?’

‘Omdat jullie idioten het hebben gefilmd en haar nu proberen te chanteren ermee. Of durf je dat ook te ontkennen,’ roept Esther, in de hoop zo zichzelf in de zone te krijgen.

‘Nee, dat was ik niet… ik bedoel, ik heb meegedaan, maar die chantage is niet mijn idee, ik was daartegen.’

‘Wiens idee was dat? Wie heeft die opnames?’

‘Ik, jij gore bitch,’ weerklinkt er achter haar. Nog voor Esther zich draaien kan, klopt de derde man volop op haar achterhoofd. De pijn zendt een schokgolf door haar lichaam en doet de kracht ontvlammen tot een ongekend extreem. Met haar ellenboog raakt ze hem recht op de tanden. De beweging is zo bruusk dat ze nu geblokkeerd zit in zijn mondholte en zich niet losrukken kan. Wat de tweede man doet besluiten om toch zijn dierlijke agressie te ontketenen en haar te bestoken met zijn vuisten. Met haar linkerhand trekt ze aan haar rechterpols om zich uit zijn mond te wrikken, maar ze zit zo muurvast dat telkens zijn hoofd tegen de hare botst. Ondertussen is de tweede man rechtgestaan en slaat maniakaal tegen haar borsten, wat ze eerder als vervelend dan wreedaardig ervaart. Om hem tot bedaren te brengen, schopt ze tegen zijn schenen waardoor hij opnieuw op de grond belandt. Maar daar pakt hij haar vast aan haar enkel en sleurt haar naar beneden, samen met de man vastgezogen rond haar ellenboog. Ze valt achterstevoren, de man met een halve arm in de mond crasht met zijn kop tegen muur en verliest het bewustzijn. Zijn buik fungeert als een zacht vangnet voor Esther en gelegen op haar zij heeft ze nu beide voeten vrij om te kunnen stampen op het gezicht van haar belager. Als een sprinter die ter plekke trappelt, trommelen haar harde hakken op zijn hoofd. De man kermt en kreunt. Zijn handen bedekken het getroffen gelaat, maar worden ook verpulverd door haar voeten. Uitgeteld blijft hij doodstil liggen. Wat Esther de kans biedt om met haar vingers een weg te zoeken tussen haar ellenboog en zijn lippen. Ze scheurt zijn mondhoeken ver genoeg open om zichzelf te bevrijden.

Veel informatie kan ze niet lospeuteren van de man zonder tanden. Want mocht hij bij bewustzijn zijn, dan nog zou zijn kapotte mond enkel holle klanken kunnen produceren. Dan maar terug naar de man gelegen op de vloer. Ze grijpt hem vast bij zijn haren en forceert zijn hoofd in een onnatuurlijke hoek. Esther zou het huid van zijn hals kunnen scheuren, zo intens voelt haar kracht nu. Maar ze houdt zich in.

‘Waar is het filmpje,’ vraagt ze.

Hij jammert en herhaalt dezelfde excuses als daarnet. Maar geen tijd op overschot. Ze stampt nog eens hard in het gezicht en vraagt opnieuw naar het filmpje.

‘Op zijn telefoon,’ antwoordt hij en wijst naar de deur aan de overkant van de gang.

‘Bel hem op, ik wil het horen rinkelen.’

De man knikt verslagen en grijpt zijn eigen telefoon naast zijn matras. Hij houdt het toestel enkel centimeters van zijn oor, bevreesd voor pijn bij elke aanraking.

Een hijgerige hiphopdeuntje, ongepast bij elke situatie maar des temeer bij deze, weerklinkt vanuit de andere kamer.

‘Dank je,’ zegt Esther en begeeft zich richting het geluid. Onder stapels ongewassen kleren vindt ze de smartphone en steekt deze in haar broekzak. Ze checkt het uur op haar eigen telefoon. Het wordt nipt, denkt ze. Maar vertrekken kan ze nog niet.

Esther hurkt zich neer bij de man en staart naar zijn beschadigd gezwollen gezicht. Bibberend en bedeesd ontwijkt hij haar blik. Toch wacht ze tot hij iets zegt.

‘Ik ben niet zo. Ik zweer het. Ik ben niet zo’n man. Niet meer.’

Esther reageert niet.

‘Geloof je mij niet,’ vraagt hij.

Ze zucht. ‘Het is best dat je je wonden ontsmet voor je er ijs op doet. Maar eerst gebruik je die telefoon in je hand om de politie te bellen. Je zegt je naam, je adres en wat je gedaan hebt. Ik vertrek pas als je bekend hebt. Dan geloof ik jou.’

De man knikt en zonder aarzelen toetst hij het nummer in.



  • Reacties(0)

Fill in only if you are not real





De volgende XHTML tags zijn toegestaan: <b>, <br/>, <em>, <i>, <strong>, <u>. CSS styles en Javascript zijn niet toegestaan.