mijn aanwezigheid

mijn aanwezigheid

Een boek over tv om het over boeken te hebben

pogingen tot impactGeplaatst door Joost Vandecasteele do, november 09, 2017 09:27:17


Het eerste hoofdstuk van het boek ‘Spoiler‘ door Mark Cloostermans kreeg als titel ‘teaser’, een vakterm voor de verkorte versie van een trailer die op haar beurt een verkorte versie van een film of serie is. Meestal het beste van alle soms nog onaffe beelden, waarna het eindproduct vaak enkel teleurstellen kan. Zo bestaan er nu ook al teasers om de online lancering van een trailer aan te kondigen, met een lengte van tien seconden en de pancarte “this sunday, watch the full trailer”, die dan na de eerste uitzending frame na frame onderzocht wordt door geeks op zoek naar elke easter egg (verborgen referentie naar iets anders) en elk detail van plotontwikkeling.

Dus beginnen met een teaser in een boek vond ik al een opwindend idee en hoopte daarom ook op een snelle montage van zijn meest spectaculaire zinnen en een occasionele ontploffing. Echter in plaats van een teaser is het een verantwoording geworden, met een flashback naar zijn jeugd starend naar ‘Married with Children’, een reeks met oa die aflevering waarin Al Bundy liever een levensgevaarlijke beer confronteert dan in dezelfde ruimte te zitten samen met een menstruerende vrouw. Waarover dezelfde televisie mij heeft wijsgemaakt dat ze elke maand blauwe vloeistof verliest en daarom niet in een witte broek mag gaan paardrijden. Maar daarna had de jonge Cloostermans het licht gezien, het Lynch-licht en zoals 99 procent van zijn generatie gelooft hij in een Voor Twin Peaks en een Na Twin Peaks periode. En als zelfverklaarde seriefiel tracht hij in ‘Spoiler’ zijn identiteit als seriefiel en literatuurkenner te verzoenen, met enkele verrassende inzichten. Maar welke? (zoals een teaser teasen zou)

Mijn tekst begint met echter met een disclaimer, in de vorm van twee bekentenissen. Ten eerste, ik ben geen recensent, maar de schrijver Mark Cloostermans wel, dus uiteraard heb ik dit boek gelezen met de gemene instelling “toon een keer hoe het wel moet”. Maar een recensie wordt dit niet, want gaat u werkelijk pas een boek kopen over televisieseries als iemand anders heeft opgeteld hoeveel geslaagde metaforen erin staan?

En ten tweede, ik ben een valsspeler. Elke auteur verkiest een verfilming boven een literaire nominatie, ook al beweert men het omgekeerde. En omdat een verfilming of nog liever een vergaming van mijn boek op zich liet wachten, heb ik dan maar samen met filmregisseur Pieter Van Hees mijn debuut omgevormd tot een televisiereeks. En die beslissing zoveel jaren geleden is de reden waarom ik deze halfslachtige recensie neerpen in een hotelkamer te Austin, Texas, waar Generatie B getoond wordt op het filmfestival Fantastic Fest. Terwijl nog geen enkel boek van mij ooit voorbij een waterplas is geraakt, als men die paar grachten in Amsterdam niet meetelt. Dus geheel objectief over de rangorde van televisie en literatuur ben ik niet.

En misschien ligt het ook aan deze huidige omgeving, aan deze overvloed aan Americana met door mijn raam zicht op een billboard waar een autoverkoper zich voorstelt als een oorlogsveteraan (en dus betrouwbaar?) bovenop een winkel voor al jouw tailgate needs (of hoe vorm je jouw eigen auto om in een rijdende barbecue), maar ik struikel wel over de keuze om enkel Amerikaanse series te bespreken. Iets wat Cloostermans zelf verklaart onder de mom van orde in de chaos te stellen. Maar een volledig hoofdstuk weiden aan de ‘Amerikaanse’ reeks ‘In Treatment’ en niet eens vermelden dat het eerste seizoen zoveel dialogen en personages heeft overgenomen van het origineel uit Israël, breekt mijn scenaristenhartje.

Nog los van zijn aangekondigde keuze om zich te focussen op Amerika, waardoor hij wedijveren moet met alle andere boeken en artikels die over dezelfde reeksen geschreven zijn, is er geen verklaring voor zijn keuze voor dramareeksen. Toegegeven, ‘Breaking Bad’ kent iets meer grappige momenten dan ‘True Detective’, maar de premisse dat comedyreeksen als ‘Rick and Morty’ of ‘Veep’ of ‘Arrested Development’ of ‘Curb Your Enthusiasm’ geen literaire referenties opleveren, aanvaard ik niet.

Natuurlijk snap ik dat een keuze gemaakt moet worden, dat een hoofdstuk opdragen aan elke interessante reeks van het moment een even stevige roman zou opleveren als alle boeken van Brusselmans tussen twee kaften. Maar toch lijkt het alsof dit boek te vroeg kwam, dat recente reeksen als ‘The Handmaid’s Tale’ of ‘Legion’ of ‘American Gods’ of ‘Fargo’ ontbreken. Of toch tenminste een seriemoordenaar als ‘Hannibal’ meer aandacht schenken dan die moordende MacGyver genaamd ‘Dexter’.

Zoals alle goeie reeksen komt het pas op gang na de eerste aflevering, na een hoofdstuk waarbij alle reeksen met neerstortende vliegtuigen geplaatst worden in de categorie 9/11 fictie. Zoals sommigen beweren dat al die dooie moeders in jaren ’80 sitcoms te maken hebben met de opkomst van cocaïne.

Door in hoofdstuk twee het vaak vergruisde werk ‘Utopia’ van Thomas More te koppelen aan de Aaron Sorkin tour de force ‘The West Wing’ slaagt het boek helder en verfrissend in haar opzet. Hoe beide werken op de eerste plaats als fictie moeten gezien worden, en niet als politieke pamfletten. Hoe de televisiereeks en het boek meer handelen over een streven naar een utopia dan een blauwdruk voor een ideale samenleving afleveren en hoe deze perfectie gesaboteerd wordt door kleinmenselijke verlangens. Of zoals elke eerlijke politicus zou zeggen: “Lang leve democratie, alleen jammer van die kiezers”.

En in deze televisietijden waarin de dystopie hoogtij viert, van The Walking Dead tot FC De Kampioenen, die horrorreeks waarbij een bende dronken marginalen een mentaal invalide jongen vernederen, deed het ook deugd om nog eens herinnerd te worden aan een reeks als The West Wing, aan nobele personages die streven naar iets beters in plaats van wraak of persoonlijk gewin. Volgens sommigen zou de verkiezingsoverwinning van Obama ook niet mogelijk geweest zijn zonder de bijdrage en opoffering van wat men ‘The West Wing Generation” noemde, een hele groep jonge mensen die hun engagement voelde opflakkeren door dat ideaalbeeld van de Amerikaanse politiek elke week op dat scherm. Zoals wat ooit een film als ‘All The Presidents Men” heeft teweeggebracht binnen de journalistiek. Men zou ook kunnen stellen dat de leegte na The West Wing nu ingevuld wordt door gedreven talkshow hosts zoals de recente succesvolle inmenging van Jimmy Kimmel in het heath care debat of de briljante satire van John Oliver. Maar daar gaat dit boek niet over.

‘Spoiler’ blijft in elk hoofdstuk een reeks koppelen met een literair werk en soms voelt de serie in kwestie niet meer dan een aanleiding om diep te duiken in het oeuvre van een onvolprezen auteur. Wat hoogstwaarschijnlijk ‘Spoiler’ onderscheidt van al die andere essays over de recente opwaardering van televisiefictie. Maar deels smaakt het ook bitter, het besef dat een boek met overpeinzingen over dezelfde schrijvers en hun werk zonder hun link met televisie nooit deze aandacht zou verkrijgen. Of anders gezegd, een boek over boeken zou een uitgever weinig bekoren.

Cloostermans is kundig genoeg met zijn toetsenbord om nooit in overdrive te gaan en toont zich een aangename verteller. Zo vermijdt hij te veel gegoochel met referenties, want obscure verwijzingen in non-fictie zijn als het neerschrijven als dromen in fictie, alleen interessant en betekenisvol voor de bedenker zelf.

Maar de grootste verdienste van dit boek zijn niet de inzichten zelf, daarvoor mompelde ik iets teveel tegen mezelf van “Ja, dat wist ik al”, maar de oprechte genegenheid die Cloostermans voelt voor de beide onderwerpen. Dit is geen boek in opdracht van of het meeheulen met een modieuze trend. Ik geloof werkelijk na het lezen van ‘Spoiler’ dat Cloostermans als een bijna fundamentalistische fan ons overtuigen wil hoe indrukwekkend en intelligent reeksen als ‘Mad Men’, ‘True Detective’ en ‘The Man in the High Castle’ zijn. Ook al mompelt u misschien van “Ja, dat wist ik al”.

En zoals Cloostermans zelf eindig ik ook met een ‘bonus feature’. Om te reageren op zijn stelling dat literatuur zich staande kan houden tegenover de kracht van grote verhalen op televisie door zich te profileren als een één op één ontmoeting met de auteur. Dat in een boek de (hoofdletter door hem gekozen) Stem van de schrijver weerklinkt in tegenstelling tot televisie die gemaakt wordt door volledige schrijversteams. Waarbij hij wel de invloed van een showrunner wat onderschat, zeker als hij enkele hoofdstukken geleden oreerde over hoe Aaron Sorkin persoonlijk verantwoordelijk was voor de eerste vier seizoenen van The West Wing.

Een lovenswaardige poging tot een unique selling point wat mij betreft, maar nog te veel vanuit een vervlogen en misplaatste verering van de auteur als erudiete en wereldwijze artiest. Literatuur moet zich natuurlijk verhouden tegenover andere fictie, zoals films en games zich verhouden tegen televisie. Maar liefst niet door nog meer persoonlijk geleuter te verkondigen, het is ook een kwestie van aftellen voor boekhandels een sectie ‘ocharme ik’ invoeren. Dus nee, zegt deze schrijver zonder een bestseller, literaire fictie moet naar meer streven dan het mismaakte broertje te zijn in het medialandschap. Het moet gewoon vreemder, intenser, grootser, gewelddadiger, geiler, fantasievoller, schoner, grappiger, gevaarlijker zijn dan wat elk scherm aanbieden kan. Of schrijf een scenario.



  • Reacties(1)

Fill in only if you are not real





De volgende XHTML tags zijn toegestaan: <b>, <br/>, <em>, <i>, <strong>, <u>. CSS styles en Javascript zijn niet toegestaan.
Geplaatst door Korneel do, november 09, 2017 13:53:05

nice